Voettocht van Deventer naar Santiago de Compostella

Aan deze pagina wordt nog gewerkt. We nodigen u uit over een tijdje weer hier te komen kijken.
Kunt u zolang niet wachten, ga dan naar www.pelgrimtineke.waarbenjij.nu en lees daar al mijn belevenissen.

Voorbereidingen

Ik heb dit al heel lang gewild! Als kind heb ik eens een boek gelezen over bedevaartstochten en ik was ontzettend geboeid. De Canterbury tales overbrugden een afstand naar mijn tienerjaren en nog iets later, haha. Ergens tijdens mijn opleiding is St. Jacobus voor het eerst opgedoken en raakte ik geboeid door deze tocht. Een tocht al door de druïden gelopen, door Karel de Grote leven ingeblazen en door zoveel mensen al in de middeleeuwen gelopen. Uit alle windstreken en nog steeds. Een tocht vol van symboliek, kunst, tradities maar ook een belangrijke plek juist in het moderne leven. Een tocht die niet alleen om het doel draait maar juist om de weg erheen. Ik heb nu de tijd in mijn leven om dit te gaan doen:  een voettocht naar Santiago de Compostela, een pelgrimstocht.

Deze kreeg een symbolische start op zondag 26 januari 2014. In de RK kerk Maria Koningin kreeg ik na afloop van de gewone mis ik uit handen van pastoor Limbeek de pelgrimszegen. Een bijzonder moment. Daarna was er bij ons thuis de hele dag de mogelijkheid om gedag te zeggen, nog even te babbelen en een glas te drinken. Een gezellig komen en gaan van mensen dat mij het gevoel gaf dat ik jarig was. Vele lieve kaartjes en wensen voor onderweg. Van mijn kinderen kreeg ik een sloop – had ik inderdaad nog niet ingepakt – met daarop hun foto’s gedrukt. De achterkant werd al gauw benut door iedereen om er wat op te schrijven. De meest bijzondere kwam van tante Annie, een oude pelgrimswens: “Ga met God en vier duiten”.
Het aftellen is nu echt begonnen. Op 22 november 2013 heb ik het besluit genomen en 1 februari 2014 vertrek ik, na drie  chaotische maanden van voorbereiding.

De route die ik ga volgen:

  • In Nederland : Deventer – Eerbeek – Oosterbeek – Oss – Heeswijk – Best – Wintelre – Vessem – Duizel

  • In België : Postel – over de Via Monastica naar Rocroi

  • In Frankrijk : Vezelay – via Limoges naar St. Jean Pied de Port

  • In Spanje : de Camino Frances, via Burgos naar Santiago de Compostella

1 februari 2014 – Vertrek
Eerbeek

Om 8.40 uur is het zover: na het eerste stempel in het pelgrimspaspoort op pad! Samen met Marja, die het traject in Nederland meeloopt. 

Uitgezwaaid door onze mannen en mijn kinderen vertrokken wij mooi op tijd, maar helaas in de regen. Eerst nog stoer zonder maar al gauw mét poncho.
Na Deventer volgde de Wilpse dijk en daar ging het al even mis. Over het prikkeldraad om weer op de goede weg te komen. Helaas,  een knuffel van het prikkeldraad aan de poncho van Marja bleef niet zonder kleerscheuren. Van de routebeschrijving snapten we niets, begint goed, maar we bleven op de goede weg. Tot ergens in een bos. Het voelde niet goed, gelukkig daar was de postbode. Met slechts 450 meter te ver snel de andere kant weer op; is toch 900 meter om.
Rustpauzes waren erg moeilijk: we kwamen niets tegen en gaan zitten was te koud bleek toen we het probeerden.
Na nog enige omzwervingen in Eerbeek vonden wij een warm onthaal bij Paul en Els. Els heeft het Spaanse traject gelopen en Paul heeft als vrijwilliger gewerkt in een refugio. Een zeer gezellige avond met Jacobswijn, herinneringen, foto’s en verslagen volgde.
Na een heerlijke nacht slapen bracht Els ons de volgende dag op onze route:  de Imbosweg.
Extra dank voor de heerlijke maaltijd en het ontbijt!

2 februari 2014 – Dag twee, op weg naar Oosterbeek

De Imboslaan is mooi, met een leuke ontmoeting. Een man op de fiets herkent onze Jacobsschelpen. Hij vertelde dat hij in augustus met een vriend op de fiets ook naar Santigo de Compostella gaat.

Gisteren vonden we pas in Eerbeek onze eerste mogelijkheid voor koffie, met appelgebak, en ook vandaag dus helemaal niets. Onze boterham opgegeten op boomstammen langs de A50. Ik had mijn dextro, sorry Tom en Mariëtte,  bij Paul en Els laten liggen dus bij Arnhem kwam de klap met de hamer.
Eindelijk een spandoek met eetcafé en pannenkoeken,  hoera! Dus niet … op zondag gesloten. Het bleek om een kantine te gaan van een manege. Kopje suikerwater gedronken en gelukkig kwam er een mevrouw met de sleutel en kreeg ik ook nog cola en AA. Met deze doping via park Sonsbeek en Mariendaal naar Oosterbeek.

Een overnachting bij Bertus en Gerrie, vrienden op de fiets. De hond was bijzonder geïnteresseerd in het zout op mijn handen. ‘s Avonds naar de pizzeria. M’n teenslippers niet voor niets meegenomen,  geen gezicht met sokken…. dus geen foto. Na nog een gezellige avond met wijn vroeg naar bed.

3 februari 2014 – Derde dag, Ewijk

Oei, de beentjes zijn wel voelbaar deze derde dag.

Alles is nog wat wit bevroren, maar in tuinen bloeit van alles en we hebben regelmatig goudsbloemen gezien naast krokussen en sneeuwklokjes. De route vandaag loopt via Heteren, Valburg, over de Waal en dan richting Rosmalen. Een vriendelijke tuinman, die zowel het onderhoud doet van de Rooms Katholieke kerk als van de Protestantse kerk, vertelde dat helaas alle kerken dicht zijn, dus geen stempels, wel leuke gesprekjes. Ook met de eigenaar van een vijverbedrijf. Nee, helaas tot aan Valburg geen mogelijkheid voor koffie en toiletpauze en in de middle of nowhere bood hij het ons ook niet aan.
In Valburg was ook het restaurant dicht…. De supermarkt ernaast was wel heel gastvrij. We mochten daar naar het toilet en wat drinken. In de zon bij de kerk onze boterhammen opgegeten en stijf na het zitten doorgegaan. Met straffe wind de brug over en in Ewijk Claudia gebeld om ons op te halen. 

Vandaag geen vijfentwintig kilometer, maar voor mij was het echt over en uit. Het ontbreken van rustaccommodaties breekt mij wel op. Maar nu aangekomen in Herberg Claudia; het is een oase met een heet bad voor de beentjes.

4 februari 2014 – Naar Oss

’s Morgens door Claudia naar ons vertrekpunt gebracht in Ewijk. De route zal ongeveer gaan via Bergharen, Appeltern, Megen, Macharen, Oss. 

Het is fris, licht vriezend met heerlijk zonnetje, we zien veel sneeuwklokjes en ik voel mij fitter dan de vorige dag. Bij een pompstation denk ik wel koffie te kunnen drinken, we komen net als de voorgaande dagen alleen maar dichte kerken en cafés tegen. In het pompstation geen koffie maar we mogen wel gebruik maken van de koffiehoek in de autoshowroom. Eten daar ook onze boterham. Veel goede wensen krijgen we mee en we gaan vrolijk verder.
Het veerhuis bij de overgang van de Maas ligt iets teveel uit de route en we hopen aan de overkant koffie te kunnen drinken. Ik beloof Marja, als fan van Guus Meeuwis, dat in Brabant altijd licht brandt, dus open cafeetjes. Met het vrolijk klinkende lied Tussen Maas en Waal houden we de moed erin. In Megen toch maar gevraagd. Nee niet. Koffiedrinken moeten we niet doen in Megen, we moeten naar het Klooster,  daarvoor komt iedereen naar Megen. We besluiten de route even voor gezien te houden en het klooster te bezoeken, op zoek naar een heuse stempel voor onze pelgrimspas. Eindelijk een open kerk. Met als heilige beeld de heilige Antonius. Voor mij tijd voor een dankgebedje. Immers deze heilige van de zoekgeraakte zaken is voor mij altijd al belangrijk, maar nu is de goede weg vinden wel heel fijn. We genieten even van de rust in de kerk. Maar die stempel? We zien niemand.
Naar buiten en een stukje verder vinden we een deurbel en komen we in het klooster terecht. Een bijzonder welkom. Naast de felbegeerde stempel – eindelijk een onderweg – krijgen we ook polsbandjes met zegeningen voor onderweg. Met de toezegging dat hedenavond voor onze reis zal worden gebeden staan we later beduusd weer in de kerk. Deze ontmoeting was zo warm. Dit had ik wellicht onderweg in Frankrijk of in Spanje verwacht maar zeker niet zo dichtbij al op onze vierde dag.
Het bezoek aan de kapel van het Heilig Bruurke van Megen versterkt dit gevoel. Dit was vroeger de portier van het klooster en hij heeft in die functie veel mensen op een warm welkom onthaald. Nu, 150 jaar later, is er nog steeds die warmte en gastvrijheid. Die gastvrijheid vinden we even later ook in het enige café waar leven was te bespeuren. Thea, de eigenaresse, is druk aan het poetsen. Eigenlijk zijn ze gesloten, maar ze maakt voor ons een uitzondering, we kunnen koffie en thee krijgen als zij door mag gaan met schoonmaken. Wij zijn allang blij, we mogen zelfs onze eigen boterhammen lekker binnen opeten. zGesterkt van lichaam en geest lopen we door. Natuurlijk komen we aan het eind van de dag nog langs een gesloten pannenkoekenhuis maar dat kan de pret niet meer drukken.

Moe en voldaan arriveren we in Oss. Hier haalt de broer van Claudia ons op voor nog een fijn nachtje in Herberg Claudia.

5 februari 2014 – Via Heesch en Heeswijk naar Schijndel

Eerst in Oss een hoofd/haarband gekocht. We hebben weer een lekker zonnetje, maar wel met een stevige wind. Mijn capuchon is lekker, maar soms met mijn opvliegers iets te warm, dus uitbreiding van de uitrusting.

Na wat zoeken door het centrum lopen we gemakkelijk naar Heesch. De stijfheid in mijn benen is nog niet weg. In Heesch zowaar een echte koffiepauze bij de HEMA! Helaas geen toilet, daarvoor moesten we naar de bieb. Voordat ik er erg in had, liepen we langs het Poppenhuismuseum in Heesch. Helaas al enkele jaren gesloten, maar ik heb daar vaak veel plezier gehad. We waren er bijna voorbijgelopen, dus even terug voor de foto.
Na Heesch passeerden we de sterrenwacht van Haley. Hier liep ik waarschijnlijk te dromen want zonder het op te merken ben ik er langs heen gelopen, dus geen sterretjes voor mij. Wat ik wel opmerkte was een ingemetseld Mariabeeld en een Jacobsschelp. Helaas was er niemand te zien, maar het maakte mij wel nieuwsgierig.
De grootste verrassing kwam echter in Heeswijk. Ik herkende de boekwinkel bij de Abdij. Hier had ik in oktober mijn eerste boeken gekocht voor deze tocht en nu liep ik hier. Hoe wonderlijk zijn Gods wegen. Ferm bij de abdij aangebeld. Na een welkom met koffie en thee door Maria volgde een geanimeerd gesprek met pater Bernard Kersten. Hij vertelde op het punt te staan om naar India te vertrekken in verband met de bouw van een ziekenhuis. Een heel bijzondere ontmoeting. In plaats van een stempel zijn naam en handtekening. Bij het weggaan kwam toch ineens ook nog een stempel te voorschijn en we verlaten voldaan de abdij. 

Nog een stukje naar Schijndel waar onze chauffeur Wim ons weer naar Claudia bracht.

6 februari 2014 – Moeizaam naar Best

Heel veel moeite vandaag met wakker worden vanmorgen. 

We starten ook in een bijzonder langzaam tempo, tenminste ik. Marja loopt veel soepeler en houdt zich duidelijk voor mij in. Mijn vriendin uit mijn kinderjaren is voor mij heel bijzonder en dierbaar. Maar ze laat ons nu wel doodlopen bij een watergreppeltje. Via een klein paadje door een weiland lopen we verder terwijl aan de overkant een mooi pad ligt. Bij een soort plank over het water komt zij weer op de weg, ik loop toch maar door naar een wat echter bruggetje.
Ik kan mijn geluk niet op: in Olland een heus café. Weliswaar op een zwijgende stamgast na geheel verlaten. De wat oudere barvrouw is vriendelijk, maar ook zwijgzaam. Zij past op haar vier maanden oude  kleinkind. We lijken toeschouwers bij een stomme film.
Mijn benen willen niet en ik besluit een aspirientje in te nemen. Even gaat het lopen beter. Als we even later een bankje zien, durf ik ook niet te gaan zitten, het gaat nu beter dus doorlopen!
Het is verbazingwekkend wat je allemaal op de weg ziet liggen:  handschoenen – we zouden al een museum kunnen vullen,  een injectiespuit, een  lege taartdoos,  een nieuwe ANWB-sleutelhanger, een schoen en natuurlijk de nodige flesjes, blikjes en snoepverpakkingen. Maar Marja is vooral geboeid door de vele walnoten die we de hele week al overal vinden, zonder ook maar een notenboom te zien. Wie weet dit?
Ik ben meer onder de indruk van de volgende heilige die nu onze weg kruist: de Heilige Rita van de Hopeloze Zaken. Ik besluit ook haar nu in mijn lijstje van Heiligen op te nemen. Deze bestaat nu uit: natuurlijk Jacobus, Christopher, de  beschermheilige van reizigers, Antonius voor als ik de weg kwijtraak, Titus Brandsma, parochieheilige, het bruurke van Megen en nu Rita van hopeloze zaken. Maar gauw een paar kaarsjes gebrand.
Ook het volgende bankje sla ik over. We rusten wel bij het café De Vriendschap in Boskant. De eerste pastoor van de kerk in 1950 verzocht een boerenfamilie om een café te beginnen bij de kerk. De kerk gaat nu dicht, het café floreert en bruist gelijk de eigenaars. Zij waren zeer geïnteresseerd in onze tocht. Voor het eerst troffen we iemand voor wie ons doel onbekend was maar er alles van wilde weten.
Daarna moeizaam naar Best. De aspirine raakte uitgewerkt. In Best een kerk met een open deur. Bijzonder was een wand met jakobsschelpen. Bij elke geboorte in de parochie werd er een schelp opgehangen. We werden verwezen naar de parochie voor onze stempel.

Met de trein zijn we weer naar ons prima overnachtingsadres bij Claudia gegaan.

7 februari 2024 – Naar de dokter, rust

Vanochtend kon ik niet uit bed komen van de pijn in mijn rechterbeen. Ik vond het heel sneu voor Marja, maar lopen kon echt niet. Zij kon maar meelopen tot zondag en we hadden graag samen in België willen aankomen.
Claudia aarzelde geen moment en belde de dokter. Die was duidelijk:  rust en koelen voordat het erger zou worden. De heerlijke hete baden van de laatste dagen waren net verkeerd geweest. Ik besloot in ieder geval tot maandag te rusten. Marja besloot om terug te gaan naar huis nu wij toch niet meer samen konden wandelen. Ineens kwam er een abrupt einde aan ons wandelavontuur en samen zijn.

Claudia bood gastvrij aan dat ik nog rustig een paar dagen kon blijven. Daar was ik blij om, want terug wilde ik niet. Ik wist nu dat ik beter naar mijn lijf moest luisteren, maar ook dat ik dit best kon op mijn manier en in mijn tempo, maar ook dat ik nu al door al de ontmoetingen onderweg nooit alleen zou zijn.
Ik zal Marja ontzettend missen en wens haar toe dat ook zij deze tocht eens helemaal kan maken; een taak voor de Heilige Rita.

 

10 februari 2014 – Weer op weg
Wintelre

Vanochtend rustig opgestaan en mijn rugzak weer ingepakt. Door Claudia naar Best gebracht en rond 12.00 uur weer mijn schreden op het pelgrimspad gezet. Ik heb mijn bergwandelschoenen aangetrokken en dat voelde als thuiskomen. Met nu meer steun aan mijn voeten en een nog wat onwillig been voelde het weer lopen fantastisch. 
Iets teveel euforie want ik liep gelijk bij het station ietsie pietsie verkeerd. Later bij het Batadorp was de goede weg lastig te vinden. Een taak voor de heilige Antonius en na dat ik ondersteboven werd gelopen door drie honden, hielp hun baasje mij op de goede weg. De honden waren echt bij haar weggestoven over de straat naar mij toe.
Langs de kanaaldijk lopend bemerkte ik dat ik gisteren een heilige in mijn lijstje vergeten was,  namelijk de heilige Brigitta. Getrouwd,  acht kinderen gekregen, als pelgrim in de Middeleeuwen naar Santiago gelopen, maar ook naar Jeruzalem en gestorven als een zeer invloedrijke politieke vrouw. 

Ik was blij in Winterle te arriveren en besloot dat Vessem voor mij vandaag niet meer haalbaar was. Ondanks als mijn overnachtingadressen werd het heel moeilijk. Niet meer, niet aanwezig, nog niet open, viereneenhalve kilometer uit te route. Maar gelukkig, het laatste adres was raak en maar een klein stukje van waar ik was. Ik stopte eerst nog even bij een winkeltje. De verkoopster had vroeger in Apeldoorn gewerkt, kende Colmschate goed en de andere verkoopster wilde zelf ook naar Santiago. 
Dit plan heeft ook mijn gastvrouw Joke Klessens. Zij vertrekt op 26 mei samen met haar nicht op de fiets naar Santiago de Compostella. Zo wonderlijk dat ik nu net bij haar onderdak vindt. Samen het bed opgemaakt, daarna genoten van door Joke zelfgemaakte aspergesoep en wortelstamppot. Ik had het niet beter kunnen treffen en wens Joke toe dat ook zij straks zo’n warm onthaal treft.

11 februari 2014 – Op pad naar Duizel

Na een oergezellig ontbijt afscheid van Joke genomen en op weg naar Vessem. Ik hoopte daar in ieder geval te lunchen. Vond het toch wel jammer dat ik dat gisteren niet meer gehaald had. Maar dat had ik echt niet meer gekund en bovendien had ik dan de ontmoeting met Joke gemist. De afstand om daar nu te gaan slapen was te kort en dan zou morgen de afstand naar Postel te groot zijn. Mijn been ging wel beter, maar wilde nog steeds niet wat ik wil.

Tegen de middag werd ik inderdaad hartelijk welkom geheten in de pelgrimshoeve in Vessem door Marjan en Caty. Later kwam daar ook nog Marijke bij. Alle drie naar Santiago de Compostela gelopen, drie vrouwen en alle drie alleen. Caty zelfs vaker. Voor mij een heel bijzondere ontmoeting. Voor Marjan was het haar eerste week als gastvrouw en ik was de eerste pelgrim van dit jaar. Zij wisten nog wel te vertellen dat Petra Reitsma vanuit Friesland ook onderweg is en ook een blog heeft op waarbenjij.nu. Het zou leuk zijn als we elkaar ergens tegenkomen. Tijdens de lunch krijg ik een ongelooflijk aanbod. Als ik doorloop tot Duizel haalt Marjan mij later op en brengt mij morgenochtend dan weer weg. Ik kan dan blijven slapen.

Vrolijk stap ik even later  naar buiten, eerst naar de Jacobshoeve. Ook daar alle gastvrijheid. De wandelkamer is nog niet open maar ik mag wel even kijken. De wereldwinkel/kringloop en boekenwinkel trekken natuurlijk ook, maar ik wil toch een paar kilometers maken en mis daardoor hun Cruz Fero en de aansluiting op de route. Maar belandt wel op de weg naar Duizel, alleen niet via de Via Monastica. In Duizel gaat het dan helemaal mis. Het eindpunt moet café Donk zijn en met twee kerken in het vizier loop ik daar op af. Twee telefoontjes tussendoor maken helemaal dat ik verdwaal. Ik beloof mijzelf niet meer op te nemen tijdens het lopen, wel zo rustig. Als ik het café dan eindelijk heb gevonden, is het dicht!!! Gelukkig is Marjan er snel en dan blijkt onder grote hilariteit dat er niet alleen vele wegen naar Rome leiden maar ook van Duizel naar Vessem. 

Een genoeglijke avond met voor mij veel tips volgt en Caty kijkt nog bezorgd naar mijn been. Onder de indruk ben ik van de kapel, maar meer van het pelgrimageproject voor jongeren. Basis- en ROC leerlingen die hier met veel plezier aan deelnemen.
Moe en voldaan lig ik  ‘s avonds voor het eerst onder mijn eigen donsdeken.

 

12 februari 2014 – De eerste grens over, ik ben in België!
Postel

Na een te gezellig ontbijt worden wij door Caty naar buiten gestuurd. Het is natuurlijk te mooi weer om niet te vertrekken. Ik overweeg nog even een dag rust voor mijn been te nemen, maar het weer en de verte lonken. Bij de drogist nog wat slimme dingen gekocht. Marjan koopt wel een hele leuke sjaal. Ik sta in dubio;  nee Tineke, leuk heeft ook gewicht. 

In Duizel aarzelt mijn been nog even maar dan ineens gaat het lekker. Ineens merk ik dat ik aan Nico loop te denken. De vader van mijn schoondochter Claudia. Hij is zaterdagavond overleden. We werkten in dezelfde tak, hielden ons beiden bezig met politiek en lagen naast elkaar, voor beiden onverwacht en met spoed, op dezelfde kamer in het ziekenhuis. Voor ik wegging ben ik nog bij hem geweest en spraken wij over deze gezamenlijkheid, maar ook dat wij beiden nu een reis gingen maken. De eerste uren loopt hij in mijn hoofd met mij mee.
En ja hoor, door deze mijmeringen mis ik ergens weer een afslag en in plaats van door een natuurgebied loop ik op een fietspad, met wel als voordeel langs de Postelse weg. Na een paar meter loop ik langs een parkeerplaats bij een wandelknooppunt.  Een vrouw stapt uit en we raken in gesprek.  Even later biedt zij mij aan om samen door de bossen richting Postel te lopen. Met beide handen grijp ik deze kans aan en loop even later over mooie zandpaden in de zon door een schitterend bos. Mia is een wonder. Onderweg geeft zij mij ook nog Nordic walking les en in dit natuurgebied weet zij zelfs een koffietentje. Als wij later afscheid nemen ben ik al zo ver dat ik mij realiseer dat Postel gewoon haalbaar is dankzij Mia.
Vlak daarna tref ik een man die mij verder door de bossen en weilanden leidt. Hij vertelt te moeten lopen en aan zijn conditie te moeten werken omdat hij de ziekte van Lyme heeft. Het nadeel van deze omgeving. 
En dan BELGIË!  De eerste etappe zit erop, nu nog drieëneenhalve kilometer tot aan de abdij. 
Dan de laatste bijzondere ontmoeting onderweg, een fietser. Ook hij vertrekt in mei op de fiets naar Santiago de Compostella.

Ik hoor de klokken van de abdij, dit had ik niet verwacht, gehaald! Ik word hartelijk maar ook bezorgd ontvangen, want mijn been, zo goed vandaag, geeft het nu weer op. Na de mis breng ik de avond door met Liesbeth en Marijs, twee ook bijzondere vrouwen en besluit Nadine te bellen om in ieder geval vandaag en morgen bij haar mijn been rust te geven. 

13 februari 2014 – Niet lopen maar gesprekken
Postel

Met veel pijn uit bed gekomen en naar beneden gestrompeld. Ik snap niet dat,  na het fijne lopen van gisteren, ik nu geen stap kan verzetten. De paters leven erg me, maar het is ook wel een aanleiding tot grapjes en suggesties, bijvoorbeeld onderdompeling met wijwater. En dat met mijn huidige lopen Santiago-de-Compostella wel erg ver is.

Na het ontbijt serieuze gesprekken met Liesbeth en Marijs. Liesbeth is bezig met een onderzoek naar gewetensbezwaarden in relatie met euthanasie en abortus. Het overlijden van mijn moeder bespreken wij in relatie hiermee. Ik wens Liesbeth heel veel succes met dit onderzoek. Later op de dag beslist het Belgisch Parlement positief met betrekking tot euthanasie voor minderjarigen. Met Marijs spreek ik over de keuzes in ieders leven en onze kinderen. Marijs, ik heb grote bewondering voor jou zoals jij ondanks alles inhoud aan je leven hebt gegeven.  Ik wens je veel geluk.
Dan geniet ik van de rust stilte en sfeer in de abdij. 

Tegen de middag haalt Nadine mij op voor rust bij haar. ‘s Avonds komt Joeri. Joeri heeft in 2012 vanuit Antwerpen de camino gelopen. Hij vertelt er zeer humoristisch over en er wordt veel gelachen. Zijn belangrijkste tip: iedereen zijn eigen camino en luister naar je lijf.
Hij zal in ieder geval een afspraak met een sportarts regelen.
Vol vertrouwen ga ik slapen. Hoe dan ook het gaat ook mij lukken en het is ongelooflijk al die fijne mensen die ik ontmoet. 

14 februari 2014 – Valentijnsdag

Lieve allemaal, 

Op deze gedwongen rustdag heb ik alle reacties nog eens doorgelezen.  Alle lieve wensen van iedereen vanaf dag één. Het liefst zou ik naar iedereen apart willen reageren, maar dat wordt teveel. Weet wel dat ik het niet altijd direct kan lezen: er is niet overal internet en soms was ik ook te moe. Iets van jullie lezen is dan fijn.

Marjan van de Pelgrimshoeve: bedankt ook voor je zorgen met betrekking tot mijn been. Morgen bezoek ik een sportarts, maar vandaag ging het al weer beter.
Ineke:  bedankt voor de uitnodiging voor het Jacobsforum, ik hoop dat ik mij goed aangemeld heb.
Tom W.: na mijn Frans en Spaans ook nog Latijn; voor mij nu meer Carpe Diem.
Tegen mijn medewandelaars Petra en Hannie: het lijkt mij ongelooflijk leuk als we elkaar ergens tegen komen.  Drie Nederlandse vrouwen, alle drie vertrokken in februari. Voor mijn gevoel lopen we zij aan zij. Ik hoop in ieder geval maandag verder te gaan richting Tongerlo, toi toi jullie.
En iedereen nogmaals bedankt voor jullie reacties.

Een Valentijngroet voor jullie allemaal, 

16 februari 2014 – Zondag, verplichte rust

Gisteren een echte baaldag. Ging het vrijdagavond weer wat beter, ik kon zaterdag geen stap verzetten en moest ik strompelend naar de dokter. Drie opties:
– Spuit erin, zou door kunnen lopen met alle risico’s voor de toekomst,  korte termijn oplossing.
– Terug naar huis en minimaal veertien dagen rust.
– Pees behandeling met tanden op elkaar, vijf dagen lang dagelijks een uur.
  Garantie geen, maar wel een kans.
Dankzij Nadine, bij wie ik de komende week mag blijven, ga ik dus voor de kans dat ik wellicht volgende week weer loop. Nu dus alle tijd voor kranten etc. en zag in de Belgische krant wel een opmerkelijk bericht, zie de foto. 

Petra wens ik veel succes; zij is nu in Vessem.
Marian, als ik terug moet gaan we koffiedrinken. Ik geniet van je steunbetuigingen.
Ineke van de Jacobgroep: help! Bij het aanmaken van een nieuw Facebookaccount werkt nu opeens de oude weer, het is net een soap, dus s.v.p. nog een keer een uitnodiging naar tineke ten bulte; zou ik erg fijn vinden.
Dank allemaal voor het meeleven.

Buiten schijnt de zon dus alle wandelaars veel plezier.

18 februari 2014 – Jullie helpen mij!

Al jullie reacties van de laatste dagen herhaal ik in mijn hoofd als ik op de behandeltafel lig en het wil uitschreeuwen. Oei, ik wist niet dat door ergens op te drukken iets zo zeer kon doen. Dacht vanmiddag ook even terug aan Caty in Vessem. Zij heeft toen mijn voet onder handen genomen geen centje pijn en nu grrrrr.
Maar eerlijk is eerlijk. Het was vandaag de tweede behandeling en het gaat beter! Gisteren zag ik het niet meer zitten en dacht serieus om, weliswaar, tijdelijk terug naar huis te gaan. Dat was voor de eerste behandeling. Nu, met jullie aanmoedigingen en het voorzichtige resultaat is mijn dip een stuk minder. Bedankt want daardoor gil ik niet maar doe ik mijn tanden op elkaar en wie weet loop ik dan volgende week weer een stukje. 

20 februari 2014 – Vraagstukjes

Ten aanzien van het walnotenvraagstuk vond ik het wel erg leuk te lezen dat Petra ze ook steeds ziet en haar uitleg dat het wegwijzertjes zijn vind ik super.

Maar nu heb ik er nog eentje. Bij de Pelgrimshoeve in Vessem staat een wegwijzer met daarop onder andere Santiago de Compostella 2400 kilometer. Voor mij toen heel leuk, want dan had ik 200 kilometer gelopen. Dan superblij in Postel aangekomen en wat zie ik tot mijn verbazing: Santiago de Compostella 2450 kilometer. Dus verder gelopen en minder afgelegd.

Ik word nu wel nieuwsgierig naar alle andere wegwijzers onderweg, maar eerst nog twee behandelingen te gaan.

23 februari 2014 – Er zit beweging in

Na de goede behandeling van Kris vrijdag samen met mijn man Wim weer naar Postel vertrokken. Een warme ontvangst van de Paters. Blij om mij terug te zien en nu beduidend beter lopend. Nu ook meer van de abdij gezien, zoals de kapel en de bar. Ook nu weer leuke medegasten.

Elke dag gaat het lopen nu super vooruit. Zondagmiddag is Wim weer naar huis vertrokken en ik rust zoveel mogelijk. Morgen wil ik weer lopen!

24 februari 2014 – Ik loop weer!

Wat onzeker ga ik op weg vandaag. 

Direct zie ik de eerste blauw/gele sticker en pijlen; ze geven mij een goed gevoel.  Vrij snel kan ik een bospad in, dus gelukkig een zandpad om te lopen. Vervolgens weer een richtingwijzer richting Santiago…. nu nog meer kilometers maar gelukkig via Le Puy. Zon, vogels, een mooie route, wat wil ik nog meer!

Bij de eerste pauze een ijzeren (!) kruis voor iemand die door de bliksem is omgekomen. Gelukkig zijn de bomen gegroeid anders zou hij nog steeds bliksem aantrekken. Ik wandel langs verstilde watertjes, een traag stromend kanaal, soezende eenden, lome koeien. Alles ademt rust en is in perfecte harmonie met mijn wandeltempo. Ik loop bijna tien kilometer. Meer dan ik van plan was, maar het gaat ook zo lekker. Mijn verstand zegt stoppen en ik regel autovervoer terug naar Postel.

Morgen dus dit warme nest verlaten en weer echt op pad!

25 februari 2014 – Verder weer, naar Meerhout

Uitgezwaaid bij de Abdij met heel veel goeds, stap ik precies om 9.30 uur in de taxi. Deze brengt mij exact naar de plek bij het kanaal waar ik gisteren ben gestopt. Pater Nicolaas gaf nog wel een alternatieve route maar ik wilde op het laatste moment mijn plannen niet veranderen.

Het weer is iets minder maar al gauw loop ik weer langs het water. Voor een ander misschien saai, maar water boeit mij altijd. En wat zie ik…… walnoten! Ik zie ook een dicht pakje zakdoekjes en besluit die maar mee te nemen. Een flink stuk verder mis ik ineens mijn routeboekje. Het zal toch niet? Met bijna absolute zekerheid wist ik het: mijn routeboekje was natuurlijk gevallen toen ik de zakdoekjes opraapte. Een echte keuze had ik niet, terug dus. Hoe groot zou de kans zijn dat het boekje er nog lag? Een weg langs het kanaal, wind, ik zag mijn boekje al vrolijk dobberen in het water. Tijd voor een schietgebedje naar de heilige Antonius: ‘Heilige Antonius, goede vrind, maak dat ik mijn boekje weer vind’. En ja hoor, precies op de plek die ik in gedachten had  lag mijn boekje! Bijna huppelend liep ik weer de zelfde afstand terug.
Op advies van enkele wandelaars besloot ik iets langer het kanaal te volgen waardoor ik een stukje zou afsnijden. Via een sportterrein zou ik dan weer op de route komen. Dit bleek een voetbalterrein te zijn voor damesvoetbal. Gezien de staat van onderhoud en gebouwen ook in België niet echt hoog aangeschreven, maar wel een prima plek om te lunchen en met de paarden te converseren die op dit veld liepen!
Een nog betere plek om te eten en te drinken vond ik later bij het restaurant de waterkant.  Ongemerkt was ik toch weer van de route afgedwaald en weer dichter bij het kanaal gekomen. 
Tijd voor bezinning. Hoe lang wilde ik nog doorlopen en waar te overnachten? Ik nam contact op met Mannu van Pelgrims voor Pelgrims. Nog acht kilometer. Eigenlijk te ver. Het restaurant personeel wist ook geen andere oplossing. Ik besloot door te gaan. Nu als TIP:  volg, als je daar wilt overnachten, niet langer de Via Monastica maar de route van Mannu zelf. Ik koos voor de Via Monastica omdat deze via Hulsen zou lopen, waar in de Hubertuskerk mooie Jacobsramen te zien zouden zijn….. Niet dus: de kerk was gesloten en volgens mij ondanks een parkeerplek voor gehandicapten voor deze groep altijd onbereikbaar, zie foto. Ik had het kunnen weten: Hubertus, de beschermheilige van de jacht is, nu direct niet een heilige die bij mij past. Deze route loopt nu langs een weg en is niet aantrekkelijk en soms zelfs zonder fiets of voetpad gevaarlijk. De eigen route van Mannu is landschappelijk gezien veel mooier en veiliger. Hij bewegwijzert deze ook zelf, met echte schelpen.

Moe en voldaan kom ik aan, maar moet lachen als ik bij het huis het bordje kinesist/fysiotherapeut zie. Ik weet niet wie mijn stappen vandaag geleid heeft, maar ik had niet op een betere plek kunnen eindigen. Mijn voet kreeg de behandeling die het nodig had. De wijn smaakte prima en ik genoot van de verhalen en foto’s van Mannu en Linda, ervaren caminogangers die diverse camino’s hebben gewandeld.

26 februari 2014 – Woensdag dus…..

Na een zeer goede nachtrust en een gezellig ontbijt ga ik tegen 10.00 uur op weg en loop direct verkeerd. De reden is duidelijk: ik let niet op de weg maar op mijn been. Het voelt niet goed. Ik raak met mijzelf in discussie. Het is nu nog niet erg, maar als ik doorga? Ik zie het verkeerd lopen dan maar als symbolisch, ik moet toch terug voor de goede route dan maar helemaal terug en binnen een uur sta ik weer bij Linda op de stoep.

Mannu bekijkt mijn been en hij zegt dat ik de goede beslissing heb genomen en ze regelen voor mij een afspraak bij een dokter. Deze is kort en bondig: rust en foto’s, scan, echo. Mannu en Linda verzekeren mij dat ik kan blijven. Ze zijn lief, het onderkomen is perfect, de douche heet en weldadig, maar mijn humeur schiet echt in een diep dal.
De zwager van Mannu en Linda is pianist en oefent in het pelgrimsverblijf. Ik ben geen muziekdeskundige. Voor mij speelt hij prachtig en zijn pianospel brengt mij toch in een heel rustige slaap.

27 februari 2014 – De dokter is onverbiddelijk

Ik kon vandaag al voor alle onderzoeken in het ziekenhuis terecht en ’s avonds is er al een uitslag binnen. Een stressfractuur. Pats boem, niet meer lopen. Mannu had dit al verwacht en bood mij gelijk een alternatief, fietsen!
Maar eerst met zijn zus en zwager uit eten want het was zijn verjaardag dus tijd voor ontspanning en geen gepieker. Zijn zekerheid dat ik niet hoefde te stoppen, maar ook zijn begrip dat je, als je op weg bent, ook door wilt gaan maakte dat ook ik zeer genoot van de gezellige avond. Ik wens Mannu nog vele gezonde jaren en hopelijk blijft zijn pelgrimsverblijf ook nog jaren bestaan. Als pelgrim kun je niet beter wensen dan zulke plekken en mensen op je weg tegen te komen.

28 februari 2014 – Plannen zijn er om te wijzigen

Vrijdag, tijd voor plannen en serieus bekijken wat mogelijk is. Bij de therapie voor een stressfractuur hoort fietsen. Ik word dus een wandelende fietser want ik mag per dag niet meer afleggen dan wat ik normaal zou lopen, en dit zeker vier weken. Gezien de komende trajecten, allemaal minder dan twintig kilometer, zou de opbouw perfect zijn. Ik begin er in te geloven, ik kan dus verder!

Tijd voor overleg met het thuisfront en Wim wil mijn fiets zaterdag komen brengen. Claudia haalt in Deventer bij de wandelwinkel een fietsroute boekje en bij Mannu print ik de routes voor de komende dagen uit. Mannu is nu mijn rots in de branding. Hij legt de uitslag nog eens rustig uit en het is niet vanuit zijn caminogevoel, maar vanuit zijn deskundigheid dat hij zegt dat dit echt kan. Het is wel zo dat ik zelf ook merk dat mijn been betert. Ik kan steeds meer en heb steeds minder pijn. 

Als overbrugging dus een perfecte oplossing want een ding weet ik zeker: ik ga maximaal tot de Pyreneeën fietsen, dan word ik weer een echte wandelaar. In stilte hoop ik vanaf Vezelay al weer te kunnen lopen!

1 maart 2014 – Hoera, een fiets!

Hoera, Wim heeft samen met onze zoon Bas mijn fiets gebracht. Gezellig samen in de pelgrimkamer gekletst en later nog wat gegeten.
Het gaat goed dus morgen op de fiets verder!

2 maart 2014 – Op de fiets naar Tongerlo

Oeps,  fietsen met mijn hoge schoenen en de rugzak is toch moeilijker dan gedacht en ik haak achter mijn kettingkast. Mannu buigt alles recht en na de traditionele foto bij de brievenbus vertrek ik.

Het is wat lastig om om te schakelen van de wandelbordjes naar de fiets bordjes en helemaal bont maak ik het als blijkt dat ik de paardensportbordjes ben gaan volgen! Maar na wat omzwervingen kom ik toch weer bij het kanaal, de zon schijnt en het fietsen gaat goed en dan ….slaat mijn noodlot weer toe. Als ik een foto wil maken, merk ik dat ik mijn telefoon niet meer heb. Op een bankje probeer ik te overdenken hoe en wat. Als ik gewandeld had in plaats van gefietst had ik dit eerder gemerkt. Fietsend maak je toch minder foto’s. Ik besluit door te rijden naar Tongerlo. Onderweg kom ik veel Maria kapelletjes tegen en ik word steeds rustiger en met reden: als de gastenpater voor mij naar Linda en Mannu belt, ligt mijn telefoon daar en die schatten komen hem brengen!
Tussentijds geniet ik in het Da Vincimuseum van een geschilderde kopie van Da Vinci’s laatste avondmaal. Het is geschilderd door zijn leerlingen en waarschijnlijk ook deels door hem jezelf. Ik ben helemaal onder de indruk en dat maakt deze dag toch heel bijzonder.

Ook bijzonder is ‘s avonds het gastenboek. Daar staan als laatsten Peter en Liesbeth Dullaert. Beiden ook uit Deventer, maar we hebben nauw samen gewerkt en het is voor mij heel bijzonder juist hun namen nu tegen te komen. Bijzonder zijn hier ook de lange gangen. Oei, oei, zegt mijn been. Ik besluit om morgen pas na het middagmaal te vertrekken om te genieten van al het moois en de mensen hier.

3 maart 2014 – Op mijn gemak naar Averbode

Vanochtend rustig in de kerk rondgekeken. Gisterenavond mochten de abdijgasten op het koor bij de paters zitten. Ik vond dit heel bijzonder,  je hebt echt een heel andere blik op de kerk. Natuurlijk kaarsjes aangestoken bij het Maria-altaar voor alle hulp van gisteren. Na een gezellig middagmaal op weg naar Averbode.

De tocht liep voorspoedig en behalve de fietsbordjes zie ik ook regelmatig de camino-aanduidingen. De weg kende wel een aantal stijgingen en het afzetten maakte dat ik soms even liever liep. De ondertussen aangeschafte fietstassen maakten mijn rugzak lichter en daardoor beter hanteerbaar. Het moet een raar gezicht zijn: fiets, bergwandelschoenen, stokken, rugzak, fietstassen en ergens daartussen ik. Het lukt mij niet om dit zelf op de foto te zetten.

In de abdij weer een warm welkom. Behalve lange gangen nu ook heel veel trappen. Gelukkig voor mij  heeft mijn kamer op de vierde verdieping een lift én een super badkamer. Ook hier leuke andere gasten. Ook nu tijdens het vesper samen met de paters op het koor dat hier nog indrukwekkender is. Ik besluit opnieuw morgen pas na het middagmaal te vertrekken.

4 maart 2014 – Een Scherpen Heuvel

Nog even ‘s morgens genoten van een hele mooie winkel – past echt niets van in mijn rugzak helaas  –  en van de zon. Dan op weg naar Scherpenheuvel. Met recht heuvel dus soms toch maar even afstappen. Een vriendelijke vrouw wijst mij onderweg de weg, maar haar dialect is echt onverstaanbaar voor mij. Haar vriendelijkheid is echt in alle talen te verstaan.

De fietsroute loopt nagenoeg gelijk aan de wandelroute en de caminobordjes zijn overal. Door een mooie natuur arriveer ik in Scherpenheuvel waar ik hartelijk welkom wordt geheten met thee en wafel. Ik maak een ommetje en bezoek in deze bedevaartplaats natuurlijk de basiliek. 

‘s Avonds vertelt pater René mij over zijn camino-ervaringen. Ik krijg van hem een andere fietskaart en na zijn informatie besluit ik morgen naar Tienen te fietsen. De avond besluit gezelliger dan hij begon: na mijn ommetje bleek het centrum gesloten te zijn. Ik kon er wel in, maar was helemaal alleen in dit zalencomplex. Dat gaf een bizar gevoel, al die lege zalen, stoelen en zelfs een hele kapel voor mij alleen. Gelukkig was dit maar voor even en zocht ook pater René mij op en hebben wij nog genoeglijk gepraat en wat gedronken.

5 maart 2014 – Geen Tienen

Eerst naar de mis. Voor het eerst in mijn leven krijg ik hier een askruisje of, eerlijk gezegd, een stempeltje. Ik vergeet dit natuurlijk direct en even later wrijf ik over mijn hoofd en is natuurlijk alles zwart.
Na mijn overvloedige ontbijt werk ik eerst mijn verslagen bij, nu heb ik Internet, en daarna ga ik op stap: Tineke op weg naar Tienen!

Gekozen voor de normale weg naar Tienen, omdat het via fietsknooppunten te lang zou zijn voor mijn been. Maar heuvel op en af is ook afzien en de natuur is natuurlijk ver te zoeken. Er staat wel een bord NATUURPUNT, maar waarom is een groot vraagteken. Ik vond wel een schitterend plekje op te lunchen. Het is onduidelijk of dit iemands tuin is maar ik geniet. Steil omhoog betekent ook hard naar beneden. Voor mij iets te hard.
In Tienen is het druk, lawaaiig en de kerk met de Jacobsbeelden is dicht. Ik moet erg lachen: ze zitten dicht omdat het kermis is. Vanochtend een askruisje en nu een kermis! Ik vlucht het suikermuseum in, maar oei… trappen. Ook in de pastorie waar ik nu logeer en geen lift. Morgen maar gauw verder want Tienen is niets voor mij. 

Het weer was schitterend vandaag en eigenlijk had ik ook liever door willen fietsen naar Hoegaarde, zeven kilometer verderop. Ik dorst dit toch niet. Mijn pootje doet zijn best en ik wil het niet forceren.

6 maart 2014 – Via de RAVeL2 naar Pietran

Het kostte wat moeite om uit Tienen op de goede route te raken. Mensen zien een fiets en sturen je dan steeds naar de weg, maar na gisteren wilde ik dat absoluut niet. Dus op zoek naar de RAveL2, de wandelweg naar Hoegaarde. Het is dan zo leuk als je de blauwgele stickers weer ziet! Een beetje thuiskomen.

In Hoegaarde wordt het weer echt genieten. Nee, niet van de brouwerij, die bewaar ik voor een andere keer. Nee, een open kerk. Een kerk met plantjes en bloembedjes in de kerk, een levende kerk. Helaas geen stempel voor mijn paspoort; die heeft iemand die nu werkt. Vrolijk fiets ik verder.
De RAVeL2 is een geasfalteerde weg over een spoorrailtraject en fietst heerlijk. Ik kom wel in dubio bij een splitsing waar het adres staat van mijn logeeradres. Volgens mijn routeboekje slechts 375 meter van de route; volgens dit bordje 3,5 kilometer. Ik besluit de bordjes te volgen en fiets vervolgens door verlaten dorpjes. Dorpjes zoals ik ze wel in Frankrijk had verwacht, maar niet in België. Ik kom aan in Pietran, bij mijn Bed and Breakfast. Hier kun je via twee routes komen en dat is de oplossing: via Helecine 375 meter en via mijn route, dus 4,5 kilometer van de route. Het ergste is dat ik nu naar Jodoigne moet voor eten en boodschappen, dus twee keer 4 kilometer. Gelukkig zonder bagage en stralend mooi weer.

De pannenkoeken smaken heerlijk en ik slaap als een roosje.

7 maart 2014 –  De plaagkabouter gaat mee naar Namen

Omdat dit toch wel een dure B&B was en er tot Namen alleen maar van dit soort adressen zijn, besluit ik tot een vuurproef: direct door naar Namen, circa 33 kilometer. De Boeddha in de gang knikt bemoedigend. 

Om 9.00 uur fiets ik weg en de zon schijn al. De RAVeL2 is een grappige weg. Je komt langs kleine lege stationnetjes, gaat door treintunneltjes en opgeheven overgangetjes. Ik voel mij net een klein locomotiefje en probeer stoomwolkjes met mijn adem te maken; helaas…. te mooi weer.
Onderweg kom ik Lien weer tegen. Gisteren in Jodoigne hadden we elkaar ook al ontmoet. Zij liep daar met het boekje van de Via Monastica. Zij loopt etappes in haar vrije tijd en wil ook naar Santiago. Haar B&B was meer op de route en een stuk goedkoper. We maken foto’s en dan stap ik weer op de fiets.
Vroeger hadden wij een plaagkabouter in huis. Zo’n ongezien mannetje die ons huishouden in de war stuurde. Ik kom tot de conclusie dat hij meegekomen is. Al regelmatig hoor ik piepjes van mijn telefoontje. Ik had al een smsje ‘Welkom in Belgie’ gekregen en concludeerde dat dat er steeds meer werden. Fout dus…. Ik mijn broekzak had ik door het fietsen steeds een verkeerde pincode ingetoetst en mijn telefoontje was nu volledig geblokkeerd….
Gelukkig werd de weg naar Namen steeds makkelijker. De weg liep langzaam af en bijna zonder trappen was ik snel in Namen. Bij een telefoonwinkel T-Mobile gebeld en deze stuurde een nieuwe code naar huis. Bij het VVV regelden ze de laatste vrije kamer bij Auberge Jeunesse.
Onderweg kwam ik zomaar in de straat een schelp tegen. Zonder telefoontje geen foto. Helemaal blij vervolgde ik mijn weg: ik was op de route, ik had onderdak en de afstand was goed gegaan. Aangekomen kon ik van een medefietser even zijn telefoon lenen. Thuis hadden ze de nieuwe code ontvangen en het probleem was opgelost. 

Ik trakteer mijzelf op een glaasje wijn.
Morgen naar Dinant, de abdij van Leffe.

8 maart 2014 – Genieten langs de Maas
Dinant

Geen goede nachtrust in de herberg. Met z’n vieren op een kamer. De mevrouw onder mij verkondigde al meteen niet tegen snurken te kunnen. Ze stond aan iedereens bed te schudden als wij naar haar idee snurkten en dat de hele nacht! Het ontbijtbuffet, een hotel waardig, maakte dat gelukkig allemaal weer goed.

Direct vanuit de herberg kom ik op de route. Een smal, ongelijk pad zonder afrastering langs de Maas. Ik zag mijzelf er al zo in donderen. Maar de nevels, de zon, het water, de rotsen, alles was zo mooi dat mijn angst snel weg was en het genieten begon. De vele soorten ganzen zorgden voor een schitterend schouwspel. Grappig vond ik wel de vele borden met daarop een voederverbod. Veel meer dan routebordjes.
Opmerkelijk is ook dat langs het water niet staat aangegeven welk dorpje je passeert en ik daardoor wel een beetje mijn gevoel van waar ik ben kwijtraak. Ik wilde namelijk in Bouvignes sur Meuse de kerk bezoeken met daarin Jacobselementen. Helemaal dom dus. Zoeken naar het juiste dorp, door openliggende straten met de fiets steil omhoog en natuurlijk de kerk dicht! Het restaurantje tegenover de kerk maakte heel veel goed. Een plaatje van binnen. Ik bestelde een eenvoudige lunch. Dit bleken drie gangen te zijn en meer dan ergens anders een diner. De drank in het toetje maakte mijn hoofd op hol want ik liet mijn rugzak liggen. Die werd mij direct nagebracht en lachend namen we nogmaals afscheid. 

Nu snel naar de abdij in Dinant. De routebeschrijving zei ‘direct na de sluis rechtsaf’. Fout dus: dit moet zijn linksaf. Vervolgens werd ik door allemaal vriendelijke mensen alle kanten opgestuurd naar alle kerken in Dinant. Pas één uur later werd ik welkom geheten door pater Paul. In de abdij was geen plek meer, maar ik kon in de oude school slapen. Samen met nog twee andere Santiagogangers uit Nederland. ’s Avonds arriveerde er ook nog een Belgisch echtpaar op de fiets en waren we opeens met vijf echte pelgrims.
Met de andere gasten volgde een gezellig samenzijn.

9 maart 2014 – Ontmoetingen in de Abdij
Dinant

Dankzij de tip van Els van ons eerste overnachtingsadres en een ervaren pelgrim, had ik het in mijn klaslokaal niet koud. Ik had mijn drinkfles gevuld met heet water en daardoor een perfecte kruik. Ik had trouwens geluk: er was maar één bed en dat was gelukkig voor mij; ik had namelijk geen matje.
Ik had al besloten om de zondag ook in de abdij te blijven. De twee dagen van 30 kilometer fietsen voelde mijn beentje en ik wilde de abdij ook graag beter zien. Pater Paul regelde het zo dat ik zondag een kamer kreeg in de abdij zelf. Dat was voor mij wel een opluchting. Ik hoefde niet alleen in de school te slapen en, ook welkom, dan had ik ook warm water.

’s Avonds in geanimeerd gesprek met Claire. Zij is auteur en heeft een boek geschreven over een getrouwde vrouw die alleen op reis gaat. We zien heel veel overeenkomsten met mijn reis. Helaas is het boek in het Frans. Mijn Frans zorgde al voor veel hilariteit. Mijn zorgvuldig ingestudeerde zinnetje ‘ik zoek en kamer voor een nacht voor een persoon’ blijk te zijn ‘ik zoek gezelschap voor een nacht met kamer’. Maar ik wilde het boek toch wel graag hebben en vertelde van mijn vriendin Mariëtte die wel goed Frans kon. Op dat moment belde Mariëtte. Zij en Tom wilden maandag komen, of ik dat leuk vond. Ik was perplex. Boeken kopen kon niet in verband met mijn rugzak, maar was voor mij nu geen probleem en gelukkig kon ik nog een nachtje blijven.

10 maart 2014 – Bezoek
Dinant

In het verslag van Tineke staat nu: ‘maandag mag jij schrijven Mariëtte, haha, en s.v.p. ook jouw foto’s van de bisschopskamer, de andere kamers en die van mij’. Deze ‘opdracht’ voer ik met plezier uit, want het was bijzonder om een dag de pelgrimssfeer mee te maken die Tineke steeds beschrijft.

Vroeg uit de veren want vanaf Gouda is het ruim tweeëneenhalf uur rijden naar Dinant. Files bij Antwerpen en Brussel zorgen er voor dat het drieëneenhalf uur duurt voordat we bij de abdij van Leffe staan. We lopen om het complex heen, zien een deur open staan en gaan naar binnen. De deur kletst hard dicht en dan…. hoor ik een bliebje op de telefoon en lees dat Tineke om elf uur in de kerk zit. Wij blijken met kabaal midden in die kerkdienst binnen te gevallen te zijn….. Een beetje beschaamd gaan we naast Tineke zitten. Het ijle gezang van de paters, de gebeden in het Frans en de serene rust in de kerk geven meteen het gevoel dat we in een andere wereld zijn terechtgekomen. Het ontroert me.
Na de dienst lopen we door een smal gangetje langs de sacristie over de galerij die langs de binnentuin naar de kleine eetkamer. Daar staat de tafel gedekt, ook voor ons, want ook wij vallen onder de gastvrijheid voor pelgrims. Een mooi moment om bij te kletsen. De andere gasten voor het eten komen binnen en ook wij maken kennis met Claire. Aan tafel spreken we Frans en Nederlands door elkaar. Pater Paul komt vragen of het allemaal wel genoeg is. Het eten was al besteld en hij maakt zich zorgen of het met twee extra gasten wel toereikend zou zijn. Nou, meer dan genoeg. Tineke heeft van de andere dames over een mooie bisschopskamer gehoord en vraagt daar naar. Pater Paul lacht zijn verlegen lachje en zegt dat hij het ons graag wil laten zien, maar wel na de afwas.  Eenmaal per dag wordt hier afgewassen in de keuken, bij vijf wasbakken en iedereen helpt mee, of je nu pater bent in pij, pater in spijkerbroek en trui of gast.

Ondanks dat er geen rondleidingen meer worden gegeven, laat pater Paul ons het een en ander zien en vertelt leuke wetenswaardigheden. De Norbertijnen woonden al voor de Franse Revolutie op deze plek. Toen zijn alle belangrijke en oude documenten verbrand en is de abdij verlaten. De muren zijn afgebroken omdat de stenen elders nodig waren. Wat er nu staat als abdij was oorspronkelijk de boerderij. Er is van alles in gehuisvest geweest, maar in de jaren twintig van de vorige eeuw, na een brand in een andere abdij van hun orde, zijn de Norbertijnen er weer teruggekomen. Een deel van de congregatie is hier uiteindelijk gebleven. Om geld te verdienen hebben ze met een brouwer afgesproken de naam van hun abdij aan een bier te verbinden: Leffe. Niets abdijbier volgens een oud recept dus.  Het torentje wat op het bieretiket staat is geen kerktoren, maar het torentje van de oude duiventil (in de middeleeuwen nodig voor de postduiven).  De pater wijst ons dit alles aan in de tuin waarin een serene rust hangt. We komen door een marmeren gang, lopen door de hal waar Tinekes fiets staat en gaan een oude, brede, krakende trap op naar boven. De bisschopskamer blijkt een gastenkamer te zijn, maar wel eentje met een stemmig groen hemelbed, bijpassende gordijnen, stoelbekleding en kamerscherm. Zelfs het haardgordijntje is van dezelfde stof.  En dan blijkt de haard nep, net als de houten balken in deze kamer. De oude pater is moe en aan zijn middagrust toe. Wij gaan naar de andere gastenverblijven, die minder luxe maar ook mooi aangekleed zijn en komen dan in Tinekes kamer, met vakwerk, houten luiken voor de ramen en maar liefst twee bedden. Een wastafel verborgen in een kast, wel warm water maar geen douche Je bent pelgrim of je bent het niet…
We lopen langs de Maas naar het centrum, over een schots en scheef trottoir dat ook dient als fietspad, tenminste, als je de bomen kunt omzeilen. Omdat de uitvinder van de saxofoon hier woonde, zie je deze instrumenten overal in de stad. Een etalage staat voor met de speciale Couque de Dinant, gemaakt met honing. Enthousiast kopen we er een paar. Bikkelhard! We zijn op pad met Tineke, dus alles is dicht. Gelukkig is er een cafeetje  open en ze hebben nog lekkere wafels ook.

Terug in de abdij blijkt dat we ook ’s avonds als gast mee mogen eten. Maar eerst gaan we naar het Vesper. Alle paters worden tijdens hun opleiding muzikaal geschoold en dat kun je aan de gezongen gebeden goed horen. In de spaarzaam verlichte kerk klinkt dat als een klok.
Aan tafel maken we kennis met nieuwe gasten en horen van alles over hun camino. Pater Paul komt afscheid nemen, wenst ons een behouden reis en zegt bezorgd dat we niet te hard moeten rijden. Tineke zwaait ons uit, bij de deur van de abdij. Vol enthousiasme om de volgende dag weer op pad te gaan.
Wij rijden in het donker terug, vol van alle indrukken van deze bijzondere dag.

Tineke: Net voor etenstijd waren ook Ingrid en Corry gearriveerd, respectievelijk uit Almen en Joppe, nog geen vijf kilomeer van mijn woonplaats. Ook zij lopen naar Santiago. Pater Paul vertelde dat er al weer gebeld was. Het pelgrimsseizoen is begonnen en voor de school waren nu meer bedden besteld. Het is wel bijzonder. Door de kleine bezetting in de abdij worden veel werkzaamheden afgebouwd. Zo zijn er bijvoorbeeld geen rondleidingen meer, maar voor ons pelgrims wordt alle moeite gedaan.

11 maart 2014 – Avontuurlijk ‘wandel’pad
Givet – Frankrijk

Met bijna heimwee vertrek ik uit de abdij. Ook de gesprekken me Claire waren heel bijzonder; ik hoop dat we elkaar na deze reis nog eens ontmoeten.

Ik wil graag verder langs de Maas en kies dus voor de wandelroute in het boekje. Oei oei, duidelijk niet voor fietsers. Ik moet vaak improviseren om over bomen, langs rotsen en door hekjes te komen. Eerst mijn rugzak, dan de fiets ophalen, soms moet ik deze onder prikkeldraad doorschuiven en ik geniet elk moment. De natuur is schitterend, mijn been vindt alles goed en het lukt gewoon. Ik weet niet hoe, maar alle obstakels zijn te nemen, ook met de fiets.
Ongemerkt passeer ik de Franse grens. Het bordje ‘douane’ en de blauwe snelheidsborden maken mij dit duidelijk. Het is echt een dag met een gouden randje.

 

In Givet is het VVV gesloten en van het pelgrimsverblijf heb ik geen telefoonnummer, alleen een adres. Alle mensen helpen mij vriendelijk met de weg te wijzen en al snel sta ik daar voor de deur. De contactpersoon wordt gebeld en ik maak kennis met een kunstenaarscollectief dat daar een expositie houdt. Ik krijg water met gebak en het wachten vliegt om.
Het pelgrimshuisje is een droom. Van buiten oud, maar binnen een keuken, douche, eethoekje, alles, en natuurlijk bedden. Hulde voor deze parochie die ons pelgrims zo opvangt. Ik geniet van de zon en de vele sneeuwklokjes in de tuin. En ’s avonds van de douche want die had ik namelijk niet in de abdij.

12 maart 2014 – Mijn eigen route naar Revin

Vanuit het leuke gasten verblijf in Givet de brug over en naar de route. Ik zie voor de brug de vermelding fietspad naar Chooz maar besluit, gezien de mooie ervaring van gisteren,  toch de wandelroute te gaan volgen. Een stukje Givet uit lukt, maar dan wordt het pad zo smal dat het met de fiets onverantwoordelijk wordt. Ik volg de fietsborden en kom vervolgens op een voorrangsweg uit zonder fietspad en auto’s razen langs mij heen. Ik vind het helemaal niets en foeter op mijzelf dat ik niet voor het fietspad aan de andere kant had gekozen.  Als ik de aanduiding rotonde zie denk ik’ echt niet’. Ik ga niet een rotonde op met al dat voorbij razende vrachtverkeer. Ik neem een afslag en ga proberen de Maas weer te vinden. Ik rijd wat weggetjes langs de Maas in en uit maar alles loopt dood. Ik pak mijn routeboekje erbij en wat blijkt: ik ben verder dan ik dacht. Er staat vermeld dat het wandelpad ten einde is en men nu langs de vangrail moet lopen tot aan de rotonde. Ik moet dus gewoon terug naar het punt wat ik meer dan een half uur geleden heb verlaten omdat ik die rotonde wilde vermijden. Ik loop nu dus ook maar langs de vangrail en vraag mij echt af wat hier nu mooi aan is.

De beschrijving geeft aan ‘bij de rotonde niet de weg naar Chooz nemen maar naar Aubrives’. Dat wordt dus moeilijk want dat is echt dezelfde richting. Waar is mijn geluk en geluksgevoel van gisteren? Na een paar honderd meter gelukkig de splitsing. Voor in Aubrives gebeurt dan het onvermijdelijke. Als ik de weg vraag naar Hierges, word ik weer die &$%@ snelweg opgestuurd. Sinds wanneer denken mensen dat het fijn is om als fietser, laat staan als wandelaar, langs een snelweg te lopen? Ik kies weer voor een afrit, kom vervolgens wel door Aubrives en zie zowaar een kleine weg naar Hierges. Inderdaad een mooi oud dorp bij een kasteelruïne. Aan een pleintje een paar dichte restaurantjes en ik ben het zat. Het is nu half een, ik ben 3 uur onderweg en heb 8 km afgelegd! Dan zie ik ‘open, met tuinterras’, duik door een klein poortje en kom door een leuke tuin. Binnen is het Frans op zijn best. Ik besluit, nog denkende aan de overvloedige lunch van een paar dagen tevoren, gewoon de omelet van het huis te nemen. Nee mevrouw, alleen in het weekend. Dat moet dan wel een bijzondere omelet zijn. Dan maar het volgende op de kaart, een crêpe d’Ardennne. Dit is volgens mij een kruising tussen een omelet en een pannenkoek. Ik krijg eerst deegkoekjes als voorafje, dan een weckpotje met soep. De eigenaresse houdt duidelijk van koken en zet haar gasten graag wat extra eten voor. Vooral voor Compostellagangers wil zij wat extra doen, mijn maag kreunt onder dit alles. In plaats van afvallen kom ik volgens mij alleen maar aan. Maar het smaakt allemaal fantastisch. Vol trots laat zij een tijdschrift zien, gekregen van een Nederlander, over Compostella. Met de andere gasten wordt nu de route besproken. Volgens hen is doorgaan op de beschreven route geen optie voor mij, steil omhoog en dan steeds omhoog en omlaag. Ook zit er in dat traject dan weer een stuk langs die …….. voorrangsweg.  Unaniem besluiten zij dat ik terug moet naar de Maas. Vlak, auto vrij dus prima voor mijn beentje.

Ik volg dit advies op en binnen vijftien minuten zit ik op het goede pad aan de goede kant van de Maas. Als ik dit nu direct ‘s morgens had gevolgd was ik al kilometers verder geweest, maar had ik deze bijzondere lunch gemist.
En dan is het terug,  mijn geluksgevoel. Water, groen, lucht, zon,  ik word daar weer één mee. De ganzen kwaken blij dat ik terug ben en het lijkt of mijn fiets vanzelf gaat. Zelfs een wat steiler stuk door het bos gaat bijna vanzelf. Wat is het hier mooi. Moe en voldaan kom ik in Revin aan. Ik heb ‘s middags meer dan twintig kilometer gefietst.
Het VVV is gesloten, de kerk is gesloten. Het is 16.30 uur, het gemeentehuis is gesloten evenals de camping. Enkele bewoners geven mij te kennen dat mijn enige optie echt een hotel is. Dat moet dan maar, ik laat mijn geluksgevoel hier niet door bederven en, eerlijk is eerlijk, het is goedkoper dan mijn B&B in Jodoigne. Door mijn goede lunch kan het ik het nu doen met een paar croissantjes, zodat het budget nog engiszins binnen de perken blijft. Maar eigenlijk mis ik meer het contact met medepelgrims.

13 maart 2014 – Weer genieten van de Maas
Charleville – Mézières

Begonnen met een goed ontbijt. De eigenaresse vond dat ik meer moest eten voor deze tocht. Maar ik vind dit: officieel ik heb last van fietsziekte. Als ik normaliter thuis ontbijt en direct moet autorijden heb ik last van wagenziekte. Ik merk nu dat ik dit ook op de fiets heb.  Ik hoor jullie lachen, maar volgens mij kan dit echt. Op de fiets last hebben van wagenziekte. Dus geen overdadig ontbijt. Omdat zij bleef aan dringen heb ik maar wat chocolade broodjes en dergelijke in mijn rugzak gedaan, ook niet gek voor de eerste pauze. Zij informeert naar mijn  route. Ik wil via Mazure weer terug op de route komen. Ik zou dan onder Rocroi uitkomen. Zij schudt haar hoofd en ik begrijp dat zij dit te zwaar vindt.
Later als ik de weg vraag om uit dit dorpje te komen, wat veel groter is dan ik dacht, zeggen twee vrouwen dat ik veel courage heb. Ik word nu toch wel een beetje argwanend en besluit het symbolisch voor een derde keer te vragen. Deze meneer spreekt goed Nederlands en raadt het mij ook af. Steil omhoog en steil omlaag. Het is beter langs de Maas te blijven fietsen of lopen. 

Ik overweeg. Langs de Maas is zeker vijftien kilometer om en ik kan op de kaart de aansluiting op de route niet goed vinden en dat betekent geen betaalbaar pelgrimsonderdak. Aan de andere kant steil omhoog en omlaag betekent lopen en de vraag is of ik dit wel aankan en of dit in tijd niet gelijk is. Als ik Signy d’Abbey op de fiets zou kunnen halen, zit ik weer op de route.
Ik kies voor de Maas. Heerlijk, de ganzen kwetteren weer vrolijk om mij heen. Er is maar één weg, geen auto’s, de zon schijnt weer volop en het is gewoon genieten.  Waarom dit geen Compostellaroute is, snap ik niet. Zouden ze in de Middeleeuwen ook niet langs het water gelopen hebben in plaats van heuveltje op en af zonder bewoning?
De dorpjes liggen er soezerig bij. Campings en picknickplaatsen zijn nog dicht. Af en toe een huis of kasteeltje midden in het bos of langs het water. Een met een heuse appelboomgaard en alle bomen vol met appels.
Voor de nieuwsgierigen onder jullie wil ik wel vertellen dat ik nog steeds last heb van wat zadelpijn. Op fietsen had ik natuurlijk niet getraind. Ik heb inmiddels wel zo’n fietsbroekje gekocht maar mijn huis-tuin- en-keukenzadel heeft voor aardig wat kleur gezorgd op dat deel van mijn lijf. Daarom mijn rustpauzes voor been en de rest.

Ik heb net een rustpauze achter de rug als ik een man in wandeloutfit en met matje op een bankje zie zitten. Nieuwsgierig rijd ik voorbij, een Compostellaganger? Dat is nu het voordeel van lopen. Je blijft dan staan, maar ik ben er al voorbij voordat ik het weet. Weer stoppen? Ik moet nog wel een eindje. Mijn nieuwsgierigheid wint het en ik fiets terug. En ja hoor. Nico, afkomstig uit Nijmegen en lopend naar Compostella. We hebben een genoeglijk half uurtje. Ook hij is van de route afgeraakt en geniet van deze route en, net als ik, van de ganzen. Hij is vol bewondering dat ik met de fiets het pad vanuit Dinant heb gevolgd. Hij pakt zijn foto’s van de ronding van de rots erbij. Als ik de foto’s zie, schrik ik zelf ook wel een beetje. Was het echt zo smal? Maar door mijn fiets niet op het pad maar in het water te plaatsen had ik waarschijnlijk juist meer steun gehad dan hij. Ook voor hem is niet duidelijk hoe dit pad langs de Maas eindigt en wij daarna aansluiting op de route kunnen vinden. Hem zal dat in ieder geval vandaag niet meer lukken en voor mij is dit nog de vraag.

Het pad eindigt in Charleville-Mézières. Ik besluit het centrum en het VVV op te zoeken.  Ik ben moe. Wat een dorpje leek, blijkt een heuse stad te zijn. Mijn gedroomd eindpunt is in ieder geval te ver. Als ik bij het VVV aangeef dat ik € 45 teveel vind voor een overnachting, word ik wat kortaf doorverwezen naar een hotel in de nabijheid. Daar zouden goedkope kamers zijn, maar voor een goedkope overnachting gingen ze niet bellen.  Gites of andere overnachtingsmogelijkheden waren volgens het VVV allemaal duurder. Ik dus op zoek naar het hotel en wat bleek: het was duurder dan het adres van het VVV, 48 euro. Ik besloot toch maar te blijven. Teruggaan had volgens mij weinig zin. Alhoewel de fiets eigenlijk binnen niet paste, mocht hij wel binnen staan en ik viel languit op bed.
Hoe ik morgenochtend de stad uit moet komen hadden ze mij bij het VVV ook niet kunnen vertellen. Ik kreeg een handvol foldertjes en daar snap ik geen biet van. Maar dat is echt zorgen voor morgen. Ik hoop wel voor Nico dat hij morgen niet in de stad terecht komt. Hoe gezellig deze stad er ook uitziet, een pelgrimsgeest hebben ze er in ieder geval niet, tenminste bij het VVV; als wandelaar  of fietser ben je geen interessante klant.
Maar ik mag niet mopperen. Het was weer een mooie dag en met Nico heb ik mijn  pelgrimsmoment vandaag dubbel en dwars gehad. 

14 maart 2024 – Jacobus grijpt in
Signy l’Abbaye