Etappe Via de la Plata van Vilar de Barrio naar Xungueria de Ambia (13,8 kilometer)
Van 664 meter dalend en stijgend naar 676 meter en weer dalend naar 551 meter
Zo, allebei de sleutels in de box gedaan en de foto’s daarvan geappt naar de respectievelijke eigenaren. Goed uitgerust op weg en met voldoende eten en drinken.
De 1,2 kilometer naar het dorp loop ik nu bijna in huppelpas. Dat huppelen verdwijnt wel een beetje als een kilometers lange, rechte landweg zich voor mij uitstrekt. Het is gek, dit is ideaal voor mijn been. Niets klimmen of dalen maar oh zo saai. Stiekem verlang ik gewoon naar een heuveltje of een ronding, zodat je wilt weten wat daarachter ligt, maar je kunt nu kilometers vooruitkijken. Het landschap is veranderd. Het lijkt zelfs een beetje op het coulissenlandschap, zoals in Salland en Twente. Weides omgeven door bomen. Deze streek is duidelijk welvarender. Grote, mooie huizen. Het is wel opvallend. Waar je tien jaar geleden nog veel blaffende honden bij dit soort huizen zag, zie je nu overal bewakingscamera’s.
Aan elke weg komt een eind en we gaan weer klimmen. We komen door een dorpje met een bar. De bar hangt van top tot teen vol met schelpen met daarop namen en landen van pelgrims. Ook de bijbehorende herberg hangt vol. Ik heb zoiets eerder gezien, maar niet zoveel als hier. Daarna een kerkje met weer een ketting waarmee je de klokken kunt luiden. Ik heb dit een keer mogen doen tijdens de camino aan het wad, maar het kind in mij houdt het verlangen, elke keer weer als ik zo’n kerkje zie met een klokkentoren, om hier aan te trekken.
Het volgende dorpje heeft een waterbron. Een bewoner benadrukt dat ik het echt kan drinken. Het water is heerlijk en ik vul mijn flessen helemaal vol. Dan volgt er nog een stevige klim over en langs rotsblokken. De gele pijl wijst vrolijk waar ik naar toe moet, maar zegt helaas niet hoe. Een lange en moeizame afdaling volgt.
Nu heb ik wel een overnachting midden in het dorp. Voor de zaterdag wel een heel levendig dorp. Ik zit tegenover de kerk. Het is er druk. Zaterdag trouwdag, oh nee, oeps, een begrafenis. Daarna gauw de kerk in, voordat die weer op slot gaat. Ik zie een mooie Maria als pelgrim, de favoriete heilige van een goede vriend van mij, San Sebastian, en Jacobus maakt het compleet.
Daarna blijft het druk. Er komen allerlei mensen te paard. Flaneren op een paard kende ik nog niet, maar het is wel gezellig.
Minder gezellig is het op mijn kamer van drie. Beatrice voelde zich niet goed vandaag en is inmiddels naar het ziekenhuis gebracht door de bareigenaar. Hij is echter ook de kok. Voorlopig dus nog geen eten. Dit is zorgzaamheid van de echte hospitalero. Wij kunnen allemaal best even wachten, ook al vinden sommigen van niet!
Hoi Tineke,
Je bent dus niet op zoek gegaan naar onze schelpen die rechts aan de muur in de bar hangen. Tenminste als ze intussen niet zijn verwijderd door de jaren heen. Wij kwamen bij die bar kletsnat aan en hebben onze poncho,s op de veranda uitgedaan en opgehangen. Na de lunch alles weer aan en verder. In de herberg hangt allen de schelp van de pelgrim die er overnacht heeft. Een mede pelgrim toen heeft wel de klok geluid.
De verhalen zijn nog steeds een plezier om te lezen ondanks voor jouwzelf soms wat mindere ervaringen maar overall leest het spannend, inspirerend en smaakt het steeds naar meer! Zeker met de geweldige foto’s erbij🌻🌻🌻🫶
Gewoon doorgaan dus; ene been voor de ander, en dan kom je er wel🎉