Etappe Via de la Plata van Cea over Oseira naar O Castro Dozón (18,8 kilometer en nog wat meer)
‘s Nachts heb ik met mijzelf een afspraak gemaakt. Als het regent ga ik voor de korte route van dertien kilometer, als het droog is wil ik via het klooster in Oseira lopen. Dit is de originele route, zeven kilometer langer, meer klimmen, maar veel mooier. Natuurlijk is het bij vertrek droog. Ik zie gelijk de pijlen en loop vrolijk het dorp uit. Na vijftien minuten knaagt er iets. Ik zie een bord monestario (klooster), zeven kilometer. Maar die staat haaks op de route. Welke route? Ja hoor, ik heb twee kilometer op de korte route afgelegd. Ik besluit de route te verlaten en de asfaltweg met het bord te gaan volgen. Ik mopper op het duiveltje wat mij op de verkeerde route heeft doen belanden.
Gaandeweg vraag ik mij af was het wel een duiveltje? De weg is prachtig. Ondanks de zware bewolking mooie vergezichten. Ik loop door een dorpje. Kinderen gaan naar school. Mensen zeggen mij vriendelijk gedag en verzekeren mij dat deze weg ook naar het klooster loopt. Geen modderbaden, geen glibberige stenen en niet, zoals in het route boekje, veel stijgen en klimmen. Het asfaltweggetje met nauwelijks verkeer stijgt heel geleidelijk. Om 11.00 uur ben ik dan ook al bij het klooster en half weg (dacht ik).
Dan gaat ineens de hemel open en de regen barst los. Ik ren naar een afdakje waar al een Spaanse pelgrim staat. Hij vertelt dat we het klooster alleen maar kunnen in als we met een rondleiding meegaan en de volgende is om 12.00 uur. Nu wil dit klooster geen toeristische attractie zijn. Je kunt in het klooster ook alleen maar overnachten als je twee nachten blijft. Maar de mensen in een koude poort of onder een afdakje laten staan, getuigt voor mij niet van veel medemenselijkheid. Ik zie een bel met winkel. Ja hoor, de winkel is wel open en daar is het in ieder geval droog en warmer dan buiten. Mijn Spaanse medepelgrim doet er drie kwartier over om één potlood te kopen! Inmiddels hoor ik veel Nederlands. Zelfs Brabants. Nederlandse en Spaanse kinderen in het kader van een uitwisselingsproject.
Dan begint onze rondleiding. Buiten hoost het nog steeds. Ik ben teleurgesteld. Ik ervaar niets van een klooster zoals in België en Frankrijk. Het is een toeristische rondleiding door een burcht. In de kerk geen mogelijkheid voor de momentje van bezinning, een kaarsje of iets dergelijks. Heel ironisch dat je dan bent wat je niet wilt zijn.
Opwarmen in een bar die nu wel ineens open is, met mijn favoriete warme chocolade melk. Hoera, de regen stopt en ik vlieg weg. Ja vlieg, want ik heb inmiddels begrepen dat we nog zeker twaalf kilometer moeten. Het is nu half twee en nog vier uur lopen.
Ik volg nu braaf de pijlen. Waarom weet ik niet. Dus loop even later weer over een modderbad en dan is er geen houden meer aan. Ik glij weg, val naar achteren en net voordat ik geheel in de modder terechtkom, is daar ineens de Spaanse pelgrim Jorge. Hij vangt mij nog net op. Even lijkt het of hij samen met mij ook geen stand houdt, maar wankelend lukt het ons samen op de been te blijven. Hij grijnst. Houdt wel van een modderbad of gevecht, maar niet nu in de regen. Het wordt nog moeilijker. Ik vraag mijzelf echt af: Was het klooster dit waard? Waarom niet gewoon op het asfaltweggetje gebleven? Zeker op het eind bij Cea, toen de route totaal onnodig nogmaals omhoog ging en achter het dorp uitkwam in plaats van ervoor. Ja, en mijn onderkomen lag helemaal aan het begin, dus een stukje weer terug. Vlak ervoor kwam ook Jorge ineens weer van de berg. Ook zijn grijns was verdwenen. Jonger en met meer conditie was bij hem ook de pijp leeg.
Binnen brandde een warme kachel. Alle natte kleding in de wasmachine en droger en met de chocola en bier uit het klooster werd het weer niet beter, maar voelden wij ons stukken beter.