Etappe Via de la Plata van Salamanca naar Calzada de Valdunciel (16 kilometer)
Op de hoek van mijn straatje zit een supermarkt. Vrolijk wilde ik daar vanochtend naar binnen stappen voor eten onderweg. Er helemaal niet aan gedacht dat de winkel om 8.00 uur ’s morgens nog dicht zou zitten. Maar over 6 km zou ook een supermarkt zitten, dus oké.
Het was vreemd nu door de stille straten zonder terrasjes te lopen en zelfs op het Plaza Major geen stoeltjes en tafeltjes, alleen mensen van de reinigingsdienst die mij de goede kant wezen. Kinderen die naar school liepen in schooluniformen en met rolkoffertjes waren iets nieuws voor mij.
Met de twee belangrijkste sportgebouwen, een stierenarena en voetbalstadion, als herkenningspunten kon ik de stad vrij makkelijk verlaten. Wel makkelijk, maar niet veilig. Op diverse rotondes met af- en opritten voor snelwegen wel pijlen van rechtdoor maar niet hoe je veilig aan de andere kant kon komen.
In het eerstvolgende dorp vers gebakken brood gehaald met kaas en bewondering gekregen dat ik alleen liep. Er werd gelachen toen ik voor deed hoe mannen liepen en hoe ik loop. Begrip ook voor en van de winkeleigenaresse, die net had gedweild toen ik naar binnen wilde. Op mijn tenen dus. Het lukte om de alternatieve weg te vinden zodat ik niet langer langs de weg hoefde te lopen.
Het landschap was totaal veranderd. Weg sneeuwtoppen, weg bergen en veeteelt had plaats gemaakt voor akkerbouw. Allemaal golvende koren/graanvelden en gewassen die ik niet herkende. Wel bermen volop in de bloei. Geen modderbaden meer, maar een harde zandweg met grint. Boeren op kleine tractoren die dankbaar zwaaiden als ik rechts bleef lopen, hoefden zij niet uit hun spoor. Mensen die naar Salamanca liepen. Kortom, dit volgens velen saaie stuk vond ik super leuk en om half twee liep ik het dorp van mijn bestemming al in.
Tot mijn blijdschap haalde de hospitalero direct mijn rugzak uit de kast. Vertrouwen beloond. Maar nu weer een etappe verder bleek niet zo eenvoudig te regelen. Eigenlijk was niets eenvoudig in dit dorp.
Een restaurant dat al om vijf uur dicht ging en daarna niet meer open. Winkel ook niet. De kerk zat op slot. Een mevrouw uit de tegenoverliggende bar (had alleen nog een stukje tonijn taart) wilde mij wel wijzen waar ik de sleutel kon halen. Ik had net de ijsblokjes uit mijn cola in mijn broekspijp gedaan om mijn been te koelen, die rolden dus vrolijk over de straat. Helaas was de sleutelbewaarder niet zo aardig. Hij wilde niet mee en ik kreeg geen sleutel.
Kortom, een brood gehaald bij het tankstation. Ik heb nog jam! En de nieuwe herberg wil eventueel mijn rugzak wel ophalen. Dus vertrouwen maar weer.