CAMINO INGLÉS
Een historische pelgrimsroute, die al in de middeleeuwen werd afgelegd door pelgrims uit met name Groot-Brittannië en Ierland. Zij kwamen met de boot aan in Ferrol of in A Coruña en liepen van daaruit naar Santiago de Compostela.
Proloog – Een bijzondere vriendschap, een oude belofte en een nieuwe uitdaging.
Deventer, 12 september 2024
Als negenjarig meisje liet ik in Egmond aan Zee een luchtballon op in kader van een ballonnenwedstrijd. Ik verbleef destijds in een zogenaamd koloniehuis. De vader van Marja, in Rijssen, vond dit ballonnetje oftewel het kaartje en Marja stuurde mij dit terug. De verzorgsters in het koloniehuis wilden dat ik weer een bedankbriefje stuurde en zo werd een correspondentievriendschap geboren. Deze vriendschap heeft altijd stand gehouden.
Tien jaar geleden, in 2014, startte ik mijn eerste camino in Deventer en liep Marja de eerst etappes ter bemoediging met mij mee. Vanaf dag één was dit een echte camino. Overnachten bij Pelgrim voor pelgrims, tips gekregen van Els die ik nog steeds toepas. Mensen die ons staande hielden, wij gaan ook! Bereidwillige garagehouders waar we mochten koffie drinken, lunchen en vooral, heel belangrijk in februari, naar het toilet mochten. Het reisverslag van deze camino is deels al te vinden op deze website. Er wordt hard gewerkt om de overige dagen er ook op te zetten. De nog ontbrekende delen kunt u lezen op www. pelgrimtineke.waarbenjij.nu.
Op een van de laatste etappes die zij meeliep, in café De Vriendschap – ja echt – beloofde ik haar dat ik met haar het laatste stuk van Santiago naar Finsterra zou lopen. Ik ben op al mijn camino’s nooit verder gegaan dan Santiago. Dat voelde ook altijd goed. Samen uit en samen thuis.
Nu, tien jaar later, is daar het moment. We kunnen nu beiden.
Vertrekken vanuit Santiago zonder aan te komen is raar en we besloten daarom de Camino Inglés te lopen en te starten vanuit Ferrol. Ferrol is de aanlegplaats waar de Engelse pelgrims in de middeleeuwen al landden. Voor Marja haar eerste “Spaanse” camino en voor mij de eerste camino die ik niet alleen ga lopen. Dit maakt het voor ons beiden nieuw en spannend. Krijg ik nu net zoveel ontmoetingen en contacten dan als ik alleen loop? De stilte, je eigen weg gaan, ook na het lopen, hoe zal dat deze camino zijn? Bijzonder ook wel om, na de Via de la Plata door het binnenland, nu vanuit de kust te lopen. Ik hoop op zon na alle regen in het voorjaar en hopelijk lezen/lopen jullie ook deze keer weer mee.
Tineke en nu ook Marja
Dag 1 – Ik kan het niet geloven
19 september 2024 – Camino Inglés, Ferrol,
In het donker naar het station. Alles gaat zo mooi op tijd dat we elkaar lachend aankijken. Op Schiphol bagage in checken in een mum van tijd. Zo makkelijk door de beveiliging dat het bijna niet echt is. Schoenen hoeven niet uit, telefoon etcetera mag gewoon in de tas blijven. Na op ons gemak wat te hebben gedronken, mogen we zelfs als een van de eersten, zonder VIP te zijn, het vliegtuig in.
Het is raar zo, vaak uit Santiago vertrokken te zijn en daar nu aan te komen.
Gauw naar de bagageband. Buiten wacht de taxi op ons, om ons naar Ferrol te brengen. De fijne taxichauffeur die in het voorjaar zo vaak voor mij iets heeft geregeld stond na een appje weer gelijk voor mij klaar. Maar dan ….. De bagageband draait. Geen rugzak. Na ongeveer een half uur blijkt dat er een bagagewagentje is achtergebleven op Schiphol! In het voorjaar zeven weken gelopen op de Via de la Plata, in verband met mijn beenblessure is mijn rugzak zeven weken lang vervoerd en nooit echt kwijt geraakt en nu heeft in Amsterdam iemand zitten slapen.
Ik schiet in de lach. We willen de eerste nacht overnachten in het Parador in Ferrol en voor het eerst heb ik een jurk bij mij. Ja, die jurk zit dus in de rugzak. Net als mijn stokken, zwempak en het routeboekje. Nu heb ik dus niets, alleen wat ik aan heb. Wanneer dan wel? Tja, er zal contact met ons worden opgenomen….. De taxi chauffeur heeft gelukkig gewacht.
In Ferrol zien we de eerste caminoborden en willen we zo graag morgen beginnen. We hopen op een Jacobuswondertje. Ondanks het feit dat de keukens al dicht zijn, krijgen wij toch nog een behoorlijke lunch.
Mijn rugzak weg, niet te geloven!
Dag 2 – Toch op pad
20 september 2024 – Camino Inglés van Ferrol via Narron naar Neda (16 kilometer)
Hadden wij vooraf bedacht in onze gelijke jurken in het Parador te kunnen “schitteren” en na hun befaamde ontbijt rustig op pad te kunnen gaan, in de praktijk het tegenovergestelde. Gewoon met wandelschoenen en outfit aan tafel, hetzelfde shirt etcetera ‘s nachts aan en de volgende dag alles weer aan. Nog geen spoor van mijn rugzak.
Na een bezoek aan het VVV met een stempel en nieuw routekaartje op pad. Door een lange winkelstraat is de route goed te volgen. Nog wat fruit ingeslagen en toch vrolijk op pad. Eén keer lopen we verkeerd, maar dat is precies bij het regionale VVV, dus zonder problemen verder. Jammer is wel dat het behoorlijk bewolkt en heiig is.
De route loopt regelmatig door stedelijk gebied, afgewisseld met mooie stukjes strand of bos. Opvallend voor mij is het aantal medepelgrims, meer dan ik er op de hele Via de la Plata gezien hebt. Het is gelijk heel divers, met pelgrims afkomstig uit Florida, Paraguay, Australië en Noorwegen.
De eerst bar is in Naron. Tijd voor de eerste stukken tortilla. De kerk aldaar, San Martinus, is wel heel toepasselijk, de samenvoeging van onze namen Marja en Tineke. Een vrijwilliger van het plaatselijke genootschap geeft ons een stempel, de derde al deze dag. Voor ons is belangrijker dat we een schietgebedje voor de rugzak kunnen doen (sint Martinus is dezelfde heilige als onze sint Maarten).
Het water staat overal heel laag. Voor mij onduidelijk of dit door de eb komt of gewoon door te weinig regen. We komen bij een brug en verwachten eigenlijk dat we eroverheen moeten om in Neda te komen. De pijlen denken daar tot onze verbazing duidelijk anders over. Oké, dan maar de pijlen volgen. Inmiddels zien we op de andere oever inderdaad de mensen weer teruglopen. 100 meter verderop wordt ons duidelijk waarom: een hele grote magnolia boom met bloemen groter dan mijn hand. Tja, daarom dus zeker 800 meter omlopen. Hilarisch wordt het helemaal als blijkt dat de officiële herberg precies bij de eerste brug ligt.
De aardige hospitalero regelt ons vervoer terug naar Ferrol, in de hoop dat mijn rugzak zou zijn gearriveerd. Bij de herberg treffen we ook de eerste Nederlanders. Het is erg jammer dat we hier niet kunnen blijven, het is een mooie herberg, op een fijne plek en met een prima sfeertje.
In Ferrol blijkt er nieuws te zijn. De rugzak is in Santiago aangekomen en zal voor 20.00 uur worden bezorgd! Hoera! Gelijk alles geregeld om de volgende morgen in Neda te kunnen starten. ‘s Avonds om 22.45 uur besluit ik te gaan slapen, geen rugzak. Nu, na twee dagen en gewandeld te hebben in dezelfde kleren, is mijn rugzak nog steeds of weer spoorloos!
Dag 3 – Pelgrims voor Pelgrims
21 september 2024 – Camino Inglés van Neda naar Pontedeume (16 kilometer)
Ik kreeg na hulp van de receptioniste, goud waard, een bericht dat mijn rugzak er voor 20.00 uur zou zijn. Om 22.00 uur belooft de avondreceptionist dat hij nader zal informeren. Teleurgesteld ga ik slapen. Diep in slaap hoor ik de telefoon. Ik denk: de wekker, nu al 7.00.uur, ik ben nog zo moe. Nee, hoera, de taxichauffeur met mijn rugzak! Dolgelukkig ga ik terug in mijn bed. Maar de adrenaline wint het van mijn slaap. Ik denkt dat ik harde regen hoor. Regen, dat geloof ik niet, echt nee, regen kan niet! De wekker loopt nu echt af. Het heeft geregend, veel en hard, zelfs geonweerd. Om 8.00 uur is het nog steeds pikdonker.
Nog eenmaal genieten we van het uitgebreide ontbijt en gaan dan op weg met de taxi naar Neda, naar de herberg waar we gisteren zijn gestopt. Ik moet denken aan tien jaar geleden. Marja en ik lopend door Nederland en kruisjes zettend op de stoep waar we stopten, om de volgende ochtend daar precies weer te beginnen. Nu maakt Marja steeds een foto van het laatste kilometerpaaltje.
De eerste kilometers ben ik blij, hoera met mijn eigen rugzak. We spreken en ontmoeten diverse pelgrims, het is gewoon druk! Spanjaarden, eigenlijk gisteren al ontmoet, maar nu samen in gesprek. Mensen uit Californië, Italianen en veel Portugezen, een groep van twintig, die later mijn redding wordt. Het dragen van de rugzak in combinatie met klimmen en de warmte is voor mij te zwaar. Elke meter en ademtocht wordt brrrrr. De pauzes in bars zijn leuk, maar helpen niet echt.
De route voert afwisselend door bebouwing, bos en uitzicht op het water. Nu een fantastisch uitzicht, want het is duidelijk vloed en mooie waterplassen schitteren. Na inkopen in een supermarkt en terug in de warmte, vraag ik Jacobus: Stuur mij maar een taxi voor mijn rugzak. Hoe blij ik ook ben dat hij terug is, even niet meer. Ik mis door vermoeidheid zelfs een leuk plekje waar appels etcetera voor pelgrims zijn neergezet. Ik rond een bocht en stuit weer op de vrolijke groep Portugese pelgrims. Zij krijgen eten en drinken aangereikt vanuit een auto. “Willen jullie ook wat?” Zouden jullie mijn rugzak mee willen nemen naar de herberg? Natuurlijk! Zij lopen allemaal met weinig bepakking, net zoals de meeste anderen. Marja en ik besluiten in ieder geval ook de volgende dag, met twintig kilometer stijgen voor de boeg, onze bagage door te sturen.
Bij de Herberg in Pontedeume aangekomen zijn wij beiden teleurgesteld. Na de mooie herberg in Neda is dit een regelrechte afknapper. Aanmelden moeten ergens anders en volgens ons is er nog maar één bed vrij. We kiezen voor een dichtbij gelegen hotelletje. Daar ontmoeten wij weer Nederlanders. Inderdaad de herberg is vol.
Na douchen en welverdiende rust zitten we heerlijk op een pleintje midden in de stad. Tal van bekenden, en dat na twee dagen, komen voorbij. Leuk is de reactie van de jonge Italiaan en de Spanjaarden. In onze jurken worden wij niet herkend.
Dag 4 – Caminozoons
22 september 2024 – Camino Inglés van Pontedeume naar Betanzos (20 kilometer)
Bijna half negen en nog donker. Tegenover het hotel zit een bar met veel bekenden. Eerst even ontbijten, maar gezien de afstand van ruim twintig kilometer wil ik ook snel gaan lopen.
Een roodharige Amerikaan, Laurens, houdt ons nog gezellig even aan de praat. Hij komt net aan. Hij kent Nederland van het jaarlijkse roodharigenfestival in Tilburg! Bij een dorpje is daar ook opeens onze Portugese organisator weer. De koffiebar is net opengegaan en de koffie nog niet klaar. Zij lopen door, wij wachten tot Marja geniet van de eerste verse koffie. Vlak voor Mino een grote bar en Marja krijgt haar tweede koffie. Onze drie jongens uit Italie/Spanje halen ons nu ook weer in en we lopen samen door Mino. Daar zit buiten een ijverige parochiaan aan een tafeltje met een mooie stempel en een donatie kistje voor de parochie. Het wordt erg warm en we klimmen behoorlijk. Gelukkig zijn er geregeld waterpunten, ook gewoon bij de mensen aan huis. Regelmatig lopen we door een mooi bos en niet alleen over asfalt.
Om 16.00 komen we eindelijk aan in Betanzos. Er staat vijf uur voor de wandeling van vandaag en wij hebben er, inclusief pauzes, 6 uur over gedaan. Een luid getoeter en geschreeuw, Christina, Maria! Onze Portugese groep is in auto’s op weg naar hun hotel. Wij gaan naar de herberg, Santa Maria, met twee Duitse hospitalero’s. Een prima herberg met mooie keuken en een wasmachine! Voor het eerst sinds lange tijd slaap ik in een bovenbed. Het is Marja´s eerste overnachting in een herberg en zij heeft geluk. Een aardig jonge vrouw wil haar onderbed wel met Marja ruilen. Lekker, even een dutje en bijkomen van de warme wandeling. Hmmm, hoor ik Marja nu plat praten? Nee, ik droom, of toch niet? Marja vraagt aan iedere pelgrim die ze ontmoet, wat het land van herkomst is. Het is bijna niet te geloven, maar de man met wie ze in haar eigen dialect praat, is geboren in Rijssen en woont nu in Duitland.
´s Avonds is er gezellige muziek in het centrum, er wordt volop gedanst. Het eerste restaurant valt ons erg tegen. Wel lekkere wijn. Iets verderop vinden we een ander, met voor Marja eindelijk salade en voor mij de echte Gallische soep. Er komen steeds meer pelgrims binnen. Ik krijg van andere pelgrims een groot bord met sardientjes. Het is veel te veel, ook ik krijgt het nog niet op, dus maar weer doorgegeven aan de volgende tafel met, ja heus, onze drie caminozoons! Traditiegetrouw zie je ook hier muntjes in en op de gestucte muren. Het kost Marja wel enige moeite, maar het is gelukt! Nog een laatste dansje en dan moe naar bed.
De afstand voor morgen hebben we in tweeën geknipt. In deze warmte en pas om 8.30 uur licht is vierentwintig kilometer teveel.
Dag 5 – Gezelligheid in een piepkleine keuken
23 september 2024 – Camino Inglés van Betanzos naar Albergue Presedo (12 kilometer)
Redelijk geslapen, geen last gehad van gesnurk. Gauw op weg voor ontbijt en de drie caminozoons. Gisteravond heb ik mijn sjaaltje namelijk laten liggen in het restaurant en het is door hen meegenomen.
We gaan vrij voorspoedig maar wel klimmend het stadje uit, met mooie terugblikken op het stadje. Citroenmelisse, vijgenbomen en zelfs kiwi’s. Overal liggen ook kastanjes, maar het grappige is dat het pad steeds vrij is. Mijn bagage kan niet naar de herberg worden gebracht, maar wel naar de bar die gesloten is, twee kilometer verder. Spannend is het so wie so, omdat we bij de gemeentelijke herberg niet kunnen reserveren. Wie het eerst komt….
We zijn niet de eersten, maar wel vijf en zes. Onbegrip alom. Drie mensen uit Taiwan begrijpen niet hoe je binnen kunt komen of waarom er geen hospitalero is. Codekastje aan de muur en een telefoonnummer waar je de code krijgt, die ik niet kan verstaan. Gelukkig is er een zeer behulpzame taxichauffeur die de code wel verstaat. De mensen uit Taiwan zijn ons dankbaar en dat levert heerlijk vers gekookte maïs op en kastanjes. De taxichauffeur gaat vrolijk mee om de bagage op te halen, het kost echter wel tijd om die te vinden.
Het is opvallend, we zien veel jongeren op deze route, maar zelden mensen alleen. We zien regelmatig een echtpaar uit Zweden dat elke dag een stukje meer ontdooit. De man kijkt enigszins jaloers als hij hoort dat wij de route in tweeën hebben geknipt. Het is ook duidelijk te zwaar voor hen, na 13.00 uur moesten zij nog vijftien kilometer. Het blijft opmerkelijk hoe mensen vasthouden aan de etappes in het boek.
Door onze knip zien we nieuwe gezichten, nieuwe mensen in de herberg. Een piepklein keukentje, zes krukjes voor alle mensen, twee vorkjes en één pannetje. Als er gekookt wordt, kan er niemand zitten! Dan maar even een rondje langs de groep maken en samen met een aantal anderen besluiten we om eten, bier en wijn te laten komen. De bezorger weet van wanten, hij heeft glazen en een flesopener meegenomen! In een gezellige sfeer eten en drinken we gezamenlijk, deels staande.
Die gezelligheid verdwijnt in de nacht met krakende bedden die ook nog eens heen en weer zwiepen, kletterende regen, maar vooral de aanval op iedereen van een leger van muggen.
Behalve de koplampen ’s morgens, zowel rood als wit, is er nog iets geks: slingerde slippers overal! Haha, op mijn nachtelijke tocht naar het toilet heb ik ze vrolijk ver weg onder de diverse bedden geschopt….
Dag 6 – Volle albergues
24 september 2024 – Camino Inglés van Albergue Presedo naar O Seixo (16 kilometer)
Met gekruiste vingers onze bagage voor de herberg onder klein afdakje neergezet. Hopelijk blijft het droog. Marja heeft de sleutel in het slot gestoken. Het is onmogelijk deze terug te krijgen in het sleutelkastje. De bar op anderhalve kilometer, die gisteren gesloten was, is nog steeds dicht. Ik probeer bij de bezorgende bakker brood te kopen, maar zij verzekert mij dat de bar gauw open zal gaan. En ja hoor, even later goed geroosterd brood als ontbijt en twee mooi belegde bocadillos voor onderweg.
De route loopt precies achter de bar langs en we gaan via een mooi bospad op weg. Veel klimmetjes staan ons te wachten. In Nederland hebben we het vaak over vals plat, in Spanje noem ik het gemeen plat. Oftewel hun plat is nooit plat! We komen langs een mooi meertje, waar een man nog handmatig heerlijke koffie zet. Helaas voor mij geen cola of cacao, wel heerlijke cake.
We komen weer diverse bekenden tegen maar ook nieuwe gezichten. De Zwitser Marcello had bij ons in de herberg geslapen en loopt ons nu zeer lichtvoetig voorbij. Ik ben wel een beetje jaloers, ik heb wat last van mijn linkerbeen en het vele klimmen gaat moeizaam. De omgeving is zeer bosrijk met soms een mooi vergezicht, maar ook in het bos is veel moois te zien. Opvallend is dat de eucalyptusbomen en kastanjebomen plaats maken voor veel eikenbomen.
Het is heet en we komen nu aan in Hospital de Bruma. Ik durfde gisteren niet te gokken dat we hier nog een plek zouden krijgen in de openbare herberg. Dit blijkt ook bijna onmogelijk. Diverse mensen vertrekken ook nu al heel vroeg. Maar veel erger vind ik de groep die rustig op weg gaat, een paar uur loopt en vervolgens een taxi neemt tot vlak bij de herberg om er zo ook vroeg te zijn. Normale wandelaars maken daarom eigenlijk geen kans meer. Dit blijkt ook uit ons treffen met onze roodharige Amerikaan Lauren. Hij bevestigt dat de herberg al vol zat om 12.30 uur. Ons hotel ligt nog verder en ruim 2 kilometer van de route af.
We horen geschreeuw en daar is Jeanette weer. Zij komt uit Ierland en heeft in dezelfde herberg geslapen. Samen lopen we, klimmend in de warmte, weer verder. De wandeling blijft erg mooi en wij lopen O Seixo binnen. Hoera. een waterpunt; helaas, er komt geen druppel uit. Marja en Jeanette zijn al een stuk verder. Een oude vrouw komt naar mij toe en biedt water en koffie aan in haar huis. Dit is de eerste keer dat ik mij realiseer dat het echt anders is als je samen loopt. Ik kan haar aanbod jammer genoeg nu niet aannemen. Iets verder is een bar, helaas gesloten, en een bushokje. We zijn op het punt dat we van de route af moeten naar ons hotel. Marja zou de 2,3 kilometer nog makkelijk kunnen lopen, maar ook Jeanette ziet er erg moe uit. Ook zij heeft door de muggen te weinig geslapen. Ik bel het hotel en even later worden we netjes opgehaald.
Dat Marja nog genoeg energie heeft blijkt later, als zij met een andere Nederlandse pelgrim, Karen, nog vrolijk in het koude zwembad duikt. In de bar lekkere wijn en ’s avonds een goede maaltijd, waarbij we ons met ons vieren prima vermaken en ons verheugen op een heerlijk goed bed.
Dag 7 – Het regent, het regent
Wetend dat we vandaag niet zoveel hoeven te lopen, nemen we rustig de tijd voor het ontbijt. Het regent! Nee, het stormt! De palmbomen zwiepen heen en weer, een raar gezicht. Bij het afrekenen wacht ons een prettige verrassing. Wij zijn nog aan het bestuderen hoe wij op de route terugkomen als de eigenaresse aanbiedt ons af te zetten bij het eindpunt van gisteren. We hoefden gisteren ook al niet te betalen voor de ophaalservice en nu, met de stromende regen buiten, is dit een super aanbod.
Gekleed in regenkleding vrolijk weer op weg. De route is prachtig. Soms beschutten de bomen ons voor de wind en regen, maar zij lekken ook grote druppels op ons hoofd. Ik voel mij vrij in de wind die aan elke kant aan mij rukt, ook Marja geniet. Vandaag weinig klimmen, maar mijn been blijft opspelen. We genieten onderweg weer van heerlijke cake en bijpassende drankjes. Wij hebben een Sloveense familie, bestaande uit oma van zevenenzeventig jaar, dochter Eva en kleindochter van achttien jaar, al meermalen gezien. Ze vertellen dat zij al veel camino’s hebben gelopen en Eva heeft haar diverse camino-ervaringen gepubliceerd. Al lopende en pratende kijken wij wel naar route, maar vergeten dat we ook nu voor ons hotel moeten afslaan. Te laat! Zijn we eerst nog negentien minuten van ons hotel verwijderd, bij de volgende stop maar liefst tweeënveertig! Het regent nog steeds en ik wil mijn voet niet forceren. Marja kan nog makkelijk en wil teruglopen, maar teruglopen zit niet tussen mijn oren. Vier kilometer verder oké, maar vier kilometer terug en morgen dan weer hetzelfde stuk, echt niet. Volgens mij lopen we het dorpje weer uit en ik zie geen enkel herkenningspunten om een taxi te vertellen waar we zijn. Dan maar aanbellen. Mooi huis in aanbouw, twee auto’s voor de deur, niemand die open doet. Om het huis heen lopend komt er een vrouw aan. Wij worden hartelijk en vriendelijk ontvangen. De taxi wordt gebeld. De vrouw betreurt het dat ze nog geen slaapplaatsen hebben, anders hadden we daar mogen slapen. De wachttijd wordt vrolijk bekort door een jong poesje.
De regen blijft in stromen neerdalen met echte, zware plensbuien. Het is genoeg voor vandaag, maar 7,4 kilometer gelopen, maar nog maar twee nachtjes en we zijn in Santiago. Marja krijgt inmiddels al berichtjes van o.a. onze drie caminozoons, die al zijn aangekomen. Wij moeten nog dertig kilometer.
Na een warme douche toch even Ordes in. Tien meter van het hotel zien we heerlijk gebak. De regen en onze ogen jagen ons naar binnen en met een schaaltje heerlijkheden en wijn kijken wij naar buiten. Het plenst en totaal verregende pelgrims komen ons voorbij.
Dag 8 – Een kletsnatte broek als natuurlijke koeling
26 september 2024 – Camino Inglés van Ordes naar Segueiro (14 kilometer)
Gisteravond nergens pasta, maar er zit wel een authentiek Spaans restaurant op drie minuten van ons hotelletje. Ik zie op de kaart nergens de Gallische groentesoep. De behulpzame ober vermaakt zich uitstekend met deze twee grijze ladies (wij willen een echte menukaart en niet via een Q-site). Hij wijst nadrukkelijk naar de kaart, maar kan dan tot zijn eigen verbazing en onze vrolijkheid de soep ook niet vinden. Marja wil een mixta salade, een grote. Hij schudt weer nadrukkelijk zijn hoofd, een kleintje is echt genoeg. Nee, ook geen frites erbij. Wel tevreden is hij als wij er de groene pepertjes uit Padron bij nemen. We krijgen de kleine porties en het is veel te veel!
Voor vertrek vandaag eerst met duidelijke instructiefoto’s en een filmpje mijn been weer ingetapet. Met de taxi naar het eindpunt van gisteren, kilometerpaaltje 29 bij Poulo. Ik vraag twee Duitse meisjes of zij gisteren naar het hotel hebben gelopen. Ook zij, maar dan vanaf kilometerpaal 30, hebben de taxi genomen, zeggen ze schuldbewust. Dat vind ik onzin. Gisteren stormde en regende het en als je de route gewoon loopt en alleen de taxi neemt voor de extra kilometers is dat prima! Willen ze nu met ons mee terug naar de route? Nee, zij hebben nog geen slaapplaats kunnen vinden en willen liever wachten tot het droog wordt. Wij dus niet, ik geloof niet zo in voorspellingen. Oké, nu regen? Het is niet anders.
De mensen die ons gisteren zo geholpen hebben, slapen waarschijnlijk nog en in vol regenformaat vangen wij weer aan. Ja, het wordt droog en het regent weer en dan weer schijnt heerlijk het zonnetje. Een mooie kleurenpracht in het bos, met de zon op de glinsterende bomen. Weer een miezerig regentje. Poncho aan of uit? Net als ik hem toch maar wil aantrekken een hoosbui met zelfs wat hagelachtige harde regen. Te laat en kletsnat dus. Voor mij rijdt een wagentje van de caminoservice. Zij maken geulen om het vele water af te voeren en de modderstromen wat in te dammen. Dat heb ik op de Via de la Plata nooit gezien. Daar, ondanks nog veel meer regen, waren mijn voeten wel droog gebleven, maar nu echt niet! Alles gutst langs mijn lijf en ik sop in mijn schoenen. Eén voordeel heeft het wel. Ik heb weer pijn in mijn been, echt pijn en last van mijn oude blessure. Zeven weken Via de la Plata ging prima en nu is het echt AU! Door de vele regen is mijn broek kletsnat en plakt aan mijn benen die nu op natuurlijke wijze gekoeld worden. Afdakjes zijn er genoeg langs de route, maar dan is het steeds droog. Om kwart voor twee arriveren wij bij de herberg. Een mooie warme douche en gelukkig zijn er een wasmachine en een droger.
In het restaurant bij de herberg, waar ook de twee Duitse meisjes weer aanwezig zijn, eten we heerlijke warme toost met Gouda kaas en drinken we prima wijn. De regen is gauw weer vergeten en het kilometerpaaltje iets verderop vertelt nog 15,985 kilometer naar Santiago de Compostela. Morgen komen wij aan!
Dag 9 – Aankomst
27 september 2024 – Camino Inglés van Sequiero naar Santiago de Compostela (16 kilometer)
Na een prima ontbijt in een veel te drukke bar – kost te veel tijd – gaan we op stap. Volgens de voorspellingen zal het droog blijven dus de jas gaat in de vervoerbagage.
Het kilometerpaaltje laat zien dat de afstand net onder de zestien kilometer is. De pijn in mijn been blijft constant, niet erger, niet beter, zestien kilometer moet lukken. Het eerste stuk is drie keer niets, langs een drukke autoweg. Maar dan komen er mooie stukken bos. Marja loopt ver vooruit in haar eigen tempo en neemt haar eigen pauzes, waarbij we elkaar dan weer zien. Op een van deze gezamenlijke pauzes komt er iemand met haastige spoed ons tegemoet, voorbij en even later lachend met haar stokken in de hand weer langszij. Zij kijkt ons aan. Christina en Maria? Zij is een van de vijf personen die wij de eerste avond in het Parador in Ferrol hebben ontmoet. Als zij haar stokken niet ergens had laten liggen, hadden we elkaar waarschijnlijk niet meer ontmoet en als Marja en ik niet net op dat moment bij elkaar hadden gelopen, was er waarschijnlijk ook geen herkenning geweest.
Deze camino is zeker geen culture camino. Ook het religieuze aspect is minimaal. Kerkjes, Jacobsbeelden of andere markante uitbeeldingen zijn er niet. Er zijn zonder meer mooie stukken natuurschoon, maar er is veel grootstedelijk gebied en er zijn weinig kleine dorpjes. Het aantal bars is vaak beperkt tot één of, met geluk, twee per dag. Maar veel vriendelijke mensen, behulpzaam, en pelgrims overal vandaan waardoor het wel een caminogevoel geeft.
Ook vandaag pas na tien kilometer de eerste en enige bar tot Santiago. Een gezellig treffen, met nu alle vijf de Amerikanen maar ook met twee Deense vrouwen waarmee we gisteravond hebben kennisgemaakt. Na de nodige wederzijdse foto’s gaan we weer op stap. Het wordt donker. Nee toch….. Het is precies als bij mijn aankomst in mei. Vijf kilometer voor Santiago een stortbui. Geen jas en ik ben te langzaam voor mijn poncho. Kathleen, een van de vijf Amerikanen, en ik staan samen tevergeefs onder een boom. We zijn weer drijfnat, maar gedeelde smart is …. en samen gaan we weer op weg. We komen langs het heksenbos. Een spreekwoord in Gallicië luidt: Ik geloof niet in heksen, maar ze bestaan wel! We schieten in de lach. We lijken nu zelf wel twee heksen.
Marja sluit zich later weer bij ons aan en met z’n tweeën lopen we de laatste meters naar en in Santiago. Hebben wij tien jaar geleden ooit kunnen bedenken hier samen aan te komen? Beiden zijn we erg geëmotioneerd. De trappen af, daar is de doedelzakspeler, we staan op een zonovergoten plein en vallen elkaar in de armen. Zestig jaar vriendschap vindt hier zijn bekroning, samen en voor en met elkaar.
We worden ook al snel door anderen gefeliciteerd met onze aankomst. Marja staat er nog wat onwennig bij, “Ik wil lopen, niet zitten”. Ik plof wel neer, weet dat ik even mijn gevoelens de kans moet geven te beseffen dat ik er ben. Ik zit naast Bil, een Amerikaan met wie Marja een stuk meegelopen is. Alhoewel Kathleen vlak achter ons liep, komt zij nog steeds niet aan. Haar vrienden zien dat zij aan de buitenzijde van de kathedraal nog een rondje maakt. Het aankomen uitstellen!
Samen met Bill besluiten wij gelijk onze Compostela te gaan ophalen in het Pelgrimskantoor. Chaos daar en wij worden doorgestuurd naar de afdeling voor groepen, omdat – jaja – we met z’n drieën zijn! Alhoewel we vriendelijk worden geholpen, vind ik het toch jammer voor Marja dat we niet gewoon boven onze Compostela krijgen en inwendig vervloek ik nu de trappen die ik afmoet. Daarna maar snel uit de drukte en chaos en naar de Huiskamer van het Genootschap. Heerlijk rustig met koffie en thee komen we bij. Jeannet (eigenlijk Sinaed) zou ons boven ontmoeten, maar zij komt niet langs de security. Later treffen wij haar nog net in de straat, voordat zij huiswaarts keert. We zullen elkaar zeker weer zien.
Het is inmiddels 16.00 uur geweest en uiterlijk 17.00 uur moeten we inchecken. Het eerste stukje van de route ken ik wel en we lopen door het parkje richting het hotel. Dan begint mijn Google Maps te draaien en te draaien. Een man wijst ons de weg. De moed zinkt in mijn schoenen, nog 20 minuten lopen en ik dacht dat wij er al waren. Marja besluit door te lopen, dan is zij er in ieder geval voor 17.00 uur. Ik loop rustig door tot aan het hotel. Daar aangekomen blijkt Marja er niet te zijn en ik ben bij het verkeerde hotel! Ik sta bij Nesthotel Santiago en heb geboekt bij Nesthotel El Camino. Komt vaker voor, zegt de vriendelijke receptionist. Nu eerst Marja zoeken, die natuurlijk doorgelopen is. Als we elkaar terugvinden – gelukkig want mijn telefoon is bijna leeg – besluiten we met een taxi naar het goede hotel te gaan. Bij de overvolle taxistandplaats blijken wij per ongeluk vooraan te gaan staan in plaats van achteraan. Dit wordt ons in rap Spaans wel even duidelijk gemaakt. Al met al blijkt dat we ruim een uur eerder op 150 meter van ons hotel waren en door Google en de aardige heer totaal verkeerd zijn gelopen. Ondanks dat het nu ruim na 18.00 uur is, heeft de receptionist op ons gewacht.
Het nabij gelegen Italiaanse (Siciliaanse) restaurant maakt alles goed.
Dag 10 – Noodlot
28 september 2024 – Santiago de Compostela
De bedoeling was ook nog naar Finisterre te lopen. We moeten een nieuw plan bedenken, want met mijn been is doorlopen geen optie meer. Nu direct naar huis teruggaan, is erg duur. De eerste reële optie is donderdag. We besluiten een stuk met de bus te gaan. Ik wil in ieder geval lopend bij Kaap Finisterre aankomen. Het makkelijkste is tot maandag in Santiago te blijven, dan twee nachten elders, woensdag terug komen en donderdag om 7.00 uur naar huis te vliegen.
De dag in Santiago vliegt om. We treffen onder anderen Karin op het plein. Een zonovergoten plein met veel bruiloften; een veel betere sfeer dan gisteren, toen er bij onze aankomst een pro-Palestina demonstratie was. Voor – en tegenstanders waren het er over eens, dat hoort niet bij de kathedraal! Dit hoort een plek te zijn van vrede, waar je elkaar ontmoet, omhelst, waar iedereen elkaar accepteert en niet een plek waar mensen tegenover elkaar staan of willen dat je daar partij kiest. Eigenlijk ook wel ironisch als je bedenkt dat Sint Jacob wordt gezien als de bevrijder van Spanje van de Moren/Arabieren/Moslims en zij nu hier aandacht vragen voor hun vrijheid. Het moge duidelijk zijn dat het mij niet gaat om hun wel of niet gelijk, maar om het feit dat het voor de kathedraal gebeurt.
Om 19.30 uur gaan we naar de pelgrimsmis. Ik zet mijn telefoon op stil. Helaas geen zwaaiend wierook vat. Daarna slaat weer het noodlot toe. Ergens onderweg raak ik mijn telefoon kwijt! We kunnen nu niets meer regelen…..
Dag 11 – Vroeger konden we zonder, dus nu ook!
29 september 2024 – Santiago de Compostela
Zondag is geen goede dag. Het bureau van gevonden voorwerpen is gesloten. Aangifte doen kan ook alleen op maandag. We proberen de telefoon te bellen, daar waar we denken dat ik hem ben kwijt geraakt. We realiseren ons dat hij op stil staat, dus dat helpt ook niet. Vriendelijke winkeliers verzekeren ons dat zij niets hebben gevonden. Door deze zoektocht gaan we niet naar de middagmis. Later blijkt dat het wierookvat wel zwaaide….
Met behulp van mijn smartwatch kunnen we, met hulp van de aardige landelijke politie, de locatie van de telefoon aardig benaderen, maar geen resultaat. We roepen de hulp in van anderen om op Facebook een oproep te plaatsen. Het is namelijk zo dat ik nergens kan inloggen! Omdat ik dit probeer op een vreemd apparaat, willen ze allemaal weten of ik het wel echt ben. Verificatie is een bericht met een code naar, ja heus, mijn telefoon, grrrrrrr….
We bezoeken nog wel in alle rust het Pelgrimsmuseum. Ondertussen shoppen we er rustig op los en besluiten dat we ons niet gek laten maken door een verloren telefoon. Vroeger konden we zonder, nu dus ook! Het geeft wel enige hilariteit, vooral bij restaurantjes. Menukaarten zijn er haast niet meer, alleen QR-codes. Ik geef dus aan dat ik dit niet kan (samen de menukaart bekijken op de telefoon van Marja vind ik geen optie). De obers kijken ons meewarig aan. Zo schattig, twee van de vrouwen met grijze haren die een menukaart willen, maar het lukt overal.
Morgen op weg naar Finisterre.
Dag 12 – Regen en mist
30 september 2024 – van Santiago de Compostela naar Finisterre
Het mooie zonnige weer is omgeslagen in regen en windstoten. We doen nog snel een rondje langs de landelijke en plaatselijke politie (de laatste is echt totaal niet behulpzaam), het Pelgrimsbureau en de Huiskamer, maar zonder enig resultaat. Met de bus van 10.00 uur gaan we richting Finisterre. Het gaat, tegen de voorspelling in, steeds harder regenen en ik heb mijn regenponcho in Santiago achtergelaten!
We stappen in het plaatsje Finisterre uit. In het nabijgelegen restaurant zijn wij niet welkom, het is alleen voor eters!!! We besluiten naar ons hotelletje te lopen, dat enige kilometers voor dit plaatsje ligt. De regen doet mij goed, waait alles uit mijn hoofd.
Nog veel beter wordt het als wij ongeveer twee uur later in de naast gelegen Spa in het warme water liggen. Er liggen hier nog meer pelgrims te weken. We zitten op 150 meter van het strand, dit is echter niet te zien door de mist en de regen.
Dit hotelletje, direct aan de route en met een Italiaans restaurant, is een echte aanrader. Als ik later nog eens de route naar Finisterre helemaal wil lopen overnacht ik hier zeker weer.
Dag 13 – Dikke mist, stromende regen en een schelpenwonder
1 oktober 2024 – van Finisterre naar Kaap FInisterre
Zonder poncho’s besluiten we toch op stap te gaan en wel via het strand. Het is echt een schitterend strand. Kleine vogeltjes rennen overal om ons heen en zandwormpjes maken de mooiste figuurtjes (onder andere hartjes) in het zand. Ik zoek altijd schelpen voor mijn miniatuurprojecten. Marja bukt zich om een klein schelpje te pakken, ze moet hem wat uitgraven en ja heus, een echte grote Jacobsschelp! We zijn er beiden een beetje stil van. Het maakt ook blij en gelukkig. Wat er ook op ons pad is gekomen deze camino, steeds weer zijn er ook deze geluksmomenten. Een paar meter verder doe ook ik een opmerkelijke vondst. Twee grote ronde schelpen die nog met elkaar verbonden zijn. Teken van onze vriendschap?
De regen kan ons niet meer deren. We kopen in Finisterre twee goedkope poncho’s, krijgen bij het VVV een stempel en lopen met meerdere pelgrims richting de Kaap. Uitzicht Nul Komma Nul. We horen de zee naast en onder ons, maar zien deze absoluut niet. Dit is echt het einde van de wereld, zoals men vroeger dacht. Door de mist houdt de wereld letterlijk op.
We drinken binnen vrolijk onze wijn en kijken naar mooie foto’s van een blauwe oceaan en een schitterend uitzicht vanaf de Kaap. We vieren het feit dat wij – ondanks alles – tien jaar later hier nu toch zitten. Onze vriendschap is hecht, deze is niet verdiept door deze tocht, maar deze tocht is een bevestiging daarvan. Oké, we hadden tegenslag, maar dat heb je normaal in het leven ook. Ook in het echt zijn we soms uit elkaar gegroeid, maar altijd vonden we elkaar weer. In de eerste dagen bleven we met onze stokken in elkaar haken en maakte we rare capriolen om op te been te blijven. In onze jeugd raakten we met de fietsen in elkaar en lagen we verstrikt op de grond. In achtenvijftig jaar is er niets veranderd.
Een vrouw uit Slovenië is niet blij. Ze heeft duidelijk geen genoegen beleefd aan haar camino en wil naar huis. Een Duitse vrouw vertelt dat ook bij haar alles fout ging, maar zegt ze, ”een goede reden om terug te komen, het wordt dan altijd beter”.
We lopen in weer en wind terug.
Dag 14 – Terug naar Santiago
2 oktober 2024 – van Finisterre naar Santiago de Compostela
We hadden nog even de hoop om ‘s morgens misschien het water te kunnen inlopen. Gewoon het idee dat we in de oceaan zouden zijn geweest. De harde regen maakt het gewoon onmogelijk. Samen met de opgewekte Duitse vrouw nemen we de taxi naar het busstation en gaan retour naar Santiago.
We gaan bij het bureau gevonden voorwerpen langs, er is nog steeds niets gevonden….. Wel lunchen we weer heerlijk in een mij nog bekend restaurantje met een voortreffelijke groenteschotel en ‘s avonds eten we bij ons eigen Siciliaantje. De taxichauffeur beloofde ons dat het om 15.00 uur droog zou worden, niets is minder waar! Tot op het laatste moment regen, maar wél met ontmoetingen en gesprekken.
Dag 15 – Naar Huis
3 oktober 2024 – van Santiago de Compostela naar Rijssen/Deventer
De zon zien wij de volgende morgen in het vliegtuig opkomen. Stralend! Stralend weer ook op Schiphol. Op het treinperron schieten wij samen in de lach. Marja woont in Rijssen, een kleine gemeente aan de voet van de Holterberg. Op de treinborden staat INTERCITY RIJSSEN! Normaal is dit Enschede of Groningen/Leeuwarden. Ik kan dit niet anders zien dan symbolisch. Er gebeurde steeds iets, er veranderde steeds iets, maar hoe dan ook, steeds zijn we aangekomen. Ook nu weer: het kaartje van Marja is maar geldig tot Deventer, maar we mogen van de conducteur gerust in de trein blijven zitten en bij een volgend station uitstappen.
Dat is misschien nog wel het grootste geschenk van deze camino, de mensen zoals de conducteur, vriendelijk, behulpzaam, altijd in voor een ontmoeting, een gesprek, wederzijdse interesse.
Ik maak alweer plannen voor een volgende.
Marja’s terugblik op de Camino Ingles
10 jaar geleden ging ik met Tineke op pad voor het eerste gedeelte van haar camino. We zouden in België of Vessem uit elkaar gaan maar door problemen met haar been werd het Best. Ik ging weer naar huis met de afspraak dat we het laatste stuk ooit samen zouden doen. Door zorg voor familie kon het jaren niet. Nu mijn schoonmoeder in een verpleeghuis zit en mijn man niet langer onder ons is, kan ik gaan en lopen waar ik wil.
Zou deze reis, deze weg een verandering brengen? Zou ik weten wat ik na die tijd zou willen?
Het antwoord is nee.
Had ik verwachtingen, ja. Kwamen ze uit, nee.
Het was om acht uur ’s morgens nog donker. Er waren weinig herbergen om de sfeer te kunnen proeven, die Tineke zo mooi beschreef in haar verhalen. Te kunnen meemaken hoe andere pelgrims voor elkaar zorgen. In sommige hotels konden we ontbijten maar als we sliepen in een herberg was de ontbijtbar niet altijd naast de deur. Ook tijdens de wandelingen weinig plekken voor een kopje koffie of een bankje.
Heb ik dan wel genoten van de wandelingen? Jazeker.
Het meest heb ik genoten van de natuur en buiten zijn in de natuur. Me verwonderd over de vele bossen met eucalyptusbomen en de vele tamme kastanjes. De weg was er soms helemaal mee bedekt. In het tweede gedeelte zagen we ook veel eiken en maisvelden, terwijl ik maar twee koeien heb gezien. Niet dat alle wegen prettig waren om te lopen, harde ondergrond en naast de snelweg (herrie), maar er kwam altijd wel weer een mooi paadje op de route.
Ook kon ik genieten van de vele ontmoetingen, uit diverse landen en werelddelen. Soms maar even een praatje en dan liep men weer door. Als ik langs de weg bleef wachten op Tineke, dan werd er gevraagd of alles goed ging (wacht op Christina – oh die is nog verderop).
Een man die mij tegemoet kwam (even verkeerd was gelopen) en die een bruiloft had in Santiago. Een stel uit Zweden dat weinig contact wilde/zocht. In de herberg in Presedo, drie mensen uit Taiwan kookten mais en tamme kastanjes voor ons. Een moeder (Eva schrijft over haar camino) met haar dochter en moeder (72 jaar) uit Slovenië. Karin uit Texel. Sinead uit Ierland. Laurens uit N. Virginia (rood haar en zijn vrouw komt uit Zwolle). In een herberg in gesprek met een man die uit mijn geboorteplaats komt. Drie jonge mannen, Rome, Sevilla en Madrid noemden we onze caminozoons. In een restaurant een dame uit Kroatië (die vond het helemaal niks). Op het plein de groep uit Californië die we al in Ferrol in hetzelfde hotel hebben ontmoet. Bill uit VS (10% Nederlands). Een groep Portugezen die de rugzak van Tineke naar de herberg bracht. Twee jonge dames uit Duitsland wilden niet mee in de taxi naar het eindpunt van de vorige dag, maar zagen we later wel in de bar.
Natuurlijk heb ik ook wel eens een traantje gelaten onderweg (kon zo maar ineens GJ missen) en zeker bij het geluid van de doedelzak dicht bij het plein was het helemaal raak.
Indrukwekkend was het doorzettingsvermogen van Tineke, ondanks haar zere been. Het was ook heel fijn dat ze de slaapplaatsen regelde en het vervoer van onze bagage. Samen baalden we dat onze rugtas met wandelstokken en overige spullen er niet was. Samen hebben we diverse winkels en politiebureaus afgelopen op zoek naar haar telefoon. Samen hebben we gelopen door wind, zon en regen. Samen gegeten en vele wijntjes gedronken. En samen hebben we het eindpunt van de wereld gehaald.
Het was een reis van VRIENDSCHAP
Nawoord
Ik bedank iedereen voor het meelezen en daardoor het meelopen. Jullie reacties zijn altijd leuk en een aansporing om door te gaan met lopen en schrijven. Het is daardoor geen eenrichtingverkeer, maar – net als de camino zelf – iets wat je deelt.
Dankjulliewel ook degenen die dit later lezen. Ik hoop dat mijn belevenissen voor jullie een inspiratiebron zijn om ook op pad te gaan.
Buen camino!