Etappe Via de la Plata van A Estacion de Lalin naar Silleda (19,9 kilometer)
Door de regen heb ik een plan gemaakt. Ik knip de route in dagen van 20 km en zal, als dat lukt, Eerste Pinksterdag in Santiago arriveren. De weersvoorspellingen blijven slecht. Een rustdag nemen om de regen te ontlopen heeft geen zin. Dan liever nu zo snel mogelijk lopen en uit de regen.
Het is vreemd op deze camino. In plaats van drukker omdat we dichterbij komen, wordt het steeds rustiger. Taxi’s rijden wel af en aan en bushokjes zijn overvol. Mensen geven het op. Nu merk ik wel dat ik als Nederlandse toch anders tegen de regen aan kijk. Ik prijs mij ook wel gelukkig dat ik steeds een warme kamer heb, mijn kleren steeds kan laten drogen, mijn voeten in mijn schoenen droog blijven en ik geen last heb van blaren. Kortom, ik ben een gelukkig mens en geniet nog steeds.
Helaas, we genieten nu niet van een gezamenlijk ontbijt met Mina zoals wij dat bedacht hadden. De bar is dicht! Oeps, we hebben nog wel de sleutels! Joe komt er ook aan en met hem nog een paar anderen. Die Joe. Hij verklaarde gisteren: ik stop niet meer. Ik loop door tot Santiago. Ik wijs op het bord, eenenzestig kilometer. Ik ben een Ier, zegt hij, als ik in de regen wil lopen, had ik in Ierland moeten blijven. Wij lachen allemaal. Arme Joe. Ik hoop dat hij de beslissingen kan nemen die hij moet nemen. Hij weet de antwoorden. Antwoorden weten we diep van binnen allemaal. Die vind je niet op de camino. Maar om te gaan met de antwoorden, dát is de beslissende stap.
Mina en ik nemen afscheid. In een rijtje vertrekken we nu allemaal. Dat levert een waar hondenconcert op in het eerst volgende gehuchtje. Immers als de eerste het eerste huis voorbijgaat, blaft de eerste hond, vervolgens de tweede, maar de eerste hond blijft ook blaffen en dat aan beide kanten. Bij twaalf verschillende hondenblaffen raak ik de tel kwijt.
Naast de geluiden ook de geuren. De eucalyptusgeuren in het bos. De vele rozengeuren in de tuinen, het vermengt zich met de regen die dit allemaal nog versterkt. Soms ook dan ineens de geur van eten als er ergens gekookt wordt. Vlees wat gebakken of gestoofd wordt. Maar soms ook een geur van en fabriek die mij herinnert aan de Verkadefabriek in Amsterdam. Een zoete geur, de mengvoederfabriek in Deventer.
Het is echt ponchodag. De regen maakt alles zó groen. Soms schittert er even en zonnestraaltje door de wolken en glinstert alles om mij heen als diamanten.
Ik loop Silleda binnen en kijk bevreemd om mij heen. Alles zit dicht en het is nog geen 14.00 uur. Het is vrijdag, wat raar? In het hostel blijkt dat het de dag van de Liturgie is en dat is in ieder geval in Gallicie een officiële feestdag. Zelfs de meeste restaurants zijn dicht, maar in ieder geval de bars bij de hostels. Sharon zit in een hotel dat ik kan zien vanuit mijn raam. Daar zou ik kunnen eten. De regen stroomt. Mijn kamer is heerlijk warm. Ik heb één mueslireep, één cup a soup, twee keer vruchtensap, thee, chocolademelk en cakejes. Dit wordt mijn avondeten, ik blijf binnen! Met de cup a soup naar de keuken. Ik kijk daar mijn ogen uit. Iemand heeft voor zichzelf gekookt en er staat nog van alles. Kant en klare pasta, paprika, eieren, champignons. Een feestmaal! Ik pak een koekenpan. Maar dan…. niets, maar dan ook helemaal niets om het fornuis aan te steken. Ik klop op de andere deuren. Niemand die open doet. Wel een magnetron, die gaat wel aan, maar wordt niet warm. Ik maak heet water in de koffiezetter. De pasta smaakt ook koud prima en ik ga toch goed gevuld lekker warm slapen.