Camino Portuguès
Eén van de routes naar Santiago de Compostella en deze start in, de naam zegt het al, Portugal.
Ik kies voor de traditionele route, de camino Portuguès Central, en loop hem vanaf Porto.
Afstand: 244 kilometer.
1 september 2016 – Opnieuw op weg
Deventer
Wanneer begint je reis als je niet te voet van huis vertrekt? Wanneer ben je nog reiziger en wanneer pelgrim?
Na mijn aankomst in juni 2014 in Santiago, na ruim 4 maanden onderweg te zijn geweest, wist ik gelijk dat ik nog eens wilde aankomen, maar dan zonder pijn en zonder pijnstillers. Ik verwacht nooit meer zo blij te zijn bij aankomst als toen; ondanks alles was ik er lopend gekomen. Santiago zelf heb ik nauwelijks gezien en beleefd en voor mij is niet alleen de reis belangrijk geweest, maar zeker ook het doel.
Nu dus de kans, ruim twee jaar na dato. Het moet wel echt zijn, dus de Camino Portuguès vanaf Porto en misschien Finistere en Muxia. Ik loop het huis uit, mijn man zwaait mij uitgebreid na. Eerst toch echt lopend naar het station.
2 september 2016 – Pelgrim op de Camino Portuguès
Etappe van Porto naar Matosinhos
Om 04.00 uur moet ik al op het vliegveld zijn. Het begint al goed: in verband met de mist in Porto vertrekken we pas een uur later. Stiekem kijk ik om mij heen. Zouden er mede-pelgrims in het vliegtuig zitten? Ik realiseer mij dus gelijk dat het anders is, je kijkt anders naar je medepassagiers.
In de metro in Porto een jongen met een rugzak en routeboekje; een miniem knikje. Maar dan bij het uitstappen een vrolijke meisjesstem: “BUEN CAMINO”. Patsboem, reiziger af, PELGRIM.
Gele pijlen, Jacobus in de kathedraal en hij grijpt gelijk in. Een meisje vraagt vriendelijk of zij een foto mag maken die ik dan straks tegen betaling kan kopen. Ik kan geen nee zeggen; hoe kom ik hier toch onderuit? Zo’n grote dure foto in mijn rugzak, niets waard. En gelijk al iets naar huis sturen is toch ook te zot.Als ik weer bij de uitgang ben, komt ze verdrietig naar mij toe. Ze snapt er niets van, de foto is weg? Innerlijk moet ik lachen. Kijk, dat komt dus prima uit. Ik verzeker haar dat het echt niet erg is. Jacobus wegen zijn ondoorgrondelijk.
Ik haal mijn credential, krijg mijn eerste stempel en de mis begint.
Helemaal blij begin ik aan de eerste etappe naar Matosinhos.
3 september 2016 – Ontmoetingen
Etappe Camino Portuguès van Matosinhos naar Facho
Vanochtend kennisgemaakt met mijn medepelgrims in de herberg, een Poolse en vier Nederlandse; wij waren wij wel oververtegenwoordigd. Het grappige was wel dat er geen mannen waren. Na een gezellig ontbijt met teveel geklets vrij laat op weg.
Ik wilde eerst op het strand nog foto’s nemen van de Portugese hoogovens, echt waar, je waant je in IJmuiden. Ik loop langs de visrestaurantjes waar het gisteravond heerlijk rook, een soort vismarkt en dan weer op naar het strand. Bij het inpakken van mijn rugzak bleek er nog een warme legging in te zitten, deze omgeruild voor een badpak en nu roept de oceaan. Ik kan toch moeilijk mijn rugzak op het strand laten en zelf gaan zwemmen, een dilemma. Het is inmiddels zo warm dat ik een beeld krijg van het lopen met een rugzak in bikini.
Dan kom ik Erica tegen, uit Duitsland en zo herkenbaar: ook getrouwd, kinderen, kleinkinderen, altijd veel gewandeld en nu kan haar man niet meer. Ze heeft al veel camino’s gelopen. We concluderen samen dat, ook al heb jij een heel rijk leven met veel mensen die van je houden, je niet alleen vrouw, moeder, oma, zus kunt zijn, je eigen zelf zijn is heel belangrijk en juist op de camino ben je dat.
Ik kom ook Heather tegen, echt tegen, want zij loopt naar Fatima vanaf St. Jean Pied de Port. In 2014 was daar Herman die ook naar Fatima liep en nu zij. Ik vertel haar van mijn wens te lopen van Lourdes naar Fatima. Haar wens is, net als ik in 2014, eens van huis te kunnen lopen. Deze wens deelt ze met mijn volgende ontmoeting. Een jonge Duitse vrouw met haar vijfjarige zoon. Zij lopen samen de camino, vorig jaar ook al, met een buggy. Hij loopt veel, maar moet soms even uitrusten. Ook zij wil eens van huis lopen en het lijkt mij heel bijzonder als ik eens met een van mij kleinkinderen zou lopen.
En zo volgt de ene ontmoeting op de andere. Een aardige Portugese man die niet snapt waar mijn eten blijft, gaat er spontaan achteraan. Ik zie nog twee Belgische pelgrims en een jonge jongen op de fiets. In Vila Cha geef ik het op. Tot mij verrassing is daar weer die jongen op de fiets, kletsnat, getroffen door een golf. Ik ben niet veel opgeschoten vandaag maar eigenlijk dus net zo ver als deze Ierse jongen op de fiets.
Het is een echte albergue – beheerd door Benjamin – donativo en splinternieuw. Ik kleed mij snel om, badpak, handdoek en neem eindelijk die duik. Zwemmen op de camino, want met al die ontmoetingen is dit een echte camino.
4 september 2016 – Weetjes
Etappe Camino Portuguès van Facho naar Rates
Het grappige van geschiedenis is dat het altijd om je heen is. Wilde ik destijds over Vezelay lopen omdat daar de eerste kruistocht begonnen was, nu lees ik dat in Porto de tweede is begonnen. Toeval dat ik daar nu ben gestart?
In Matosinhos is volgens de legende de schelp het symbool geworden van Jacobus. Hier wilde ik dus mijn schelp voor op de rugzak kopen, maar nee hoor, nergens ook maar enig Jacobusattribuut. Dan maar op zoek naar een fotokaart omdat ik geen reserve heb. Ik heb nog maar één fotozaak onderweg gezien en die was dicht. Ik loop een kleine tijdschriftenhandel binnen, geen fotokaart, maar wel een schelp met een lieve boodschap voor de drager: ‘niet alleen de weg kiest jou, ook de schelp’.
Dit soort dingen maakt dat Gareth en ik alweer veel te lang ’s morgens kletsen. Deze Ierse jongen woont in Spanje en samen hebben we alle Europese problemen snel opgelost. Met mijn thee en zijn yoghurt hebben we een goede ruil en met spijt verlaat ik deze mooie herberg. Die ik trouwens, toen ik mijn badpak uittrok na het zwemmen, veranderd heb in een zandstrand.
Onderweg spelen Erica en ik haasje over. In Vila do Conde eerst een bruiloft in de kerk met daardoor prachtig koorzang en later, na een korte verdwalen – altijd in een stadje – een doop in de Igrea da Lapa. Voor vandaag dus geen kerken meer, ik kan namelijk alleen nog een begrafenis bedenken, alhoewel, gebeurt dat wel op zondag? Zo overpeinzen en met heel veel drink en rustpauzes – immers 32 graden in de schaduw – maken niet dat snel lopen te doen is. Ik zie veel medepelgrims onderweg en steeds bij ietsje schaduw ligt wel iemand. De voorspellingen zijn nog heter, dinsdag echt boven de 40 graden en thuis regen!
Ik kan merken dat ik nu in het binnenland kom. In Arcos twijfel ik even bij een particuliere herberg, samen met Erica blaas ik uit. Maar dan komen er busjes met bagage en pelgrims stappen uit. Er komen nu ook twee Canadese pelgrims aan met een dagtasje en zij gaan ook naar binnen. Oké, dat is niet onze sfeer en met onze laatste energie besluiten we verder te gaan naar Sao Pedro de Rates. Onderweg wordt onze groep steeds groter.
We bereiken de herberg met ons zessen, Peter als een sjeik voorop, daarna wij vrouwen, met Erica en ik achteraan. De man in de herberg neemt mijn rugzak over, ze openen voor ons een nieuwe slaapzaal, ze verzamelen onze was die ze voor ons doen. Ik ben in het paradijs!
5 september 2016 – Zo’n dag dus
Etappe Camino Portuguès van Rates naar Barcelinhos
Na een gezellige avond een erg onrustige nacht, niet door gesnurk maar dor een actieve bovenbuurvrouw.
Dan word je wakker en denkt: ‘Oh, niet zo’n dag’. Dus wel. Je komt niet op gang, als je een foto wilt maken probeert een hond je ontbijt naar binnen te werken – trouwens prima ontbijt voor 89 cent – en het is ondanks de nevel al bloedheet.
Om 11.00 uur bij besluit ik tot een lange pauze in Pedra Furada. IJskoude cola en verse cake, schoenen uit, mmmmmmm zalig! Twee jonge Nederlanders zijn het laatste stukje met mij opgelopen. We vroegen niet aan elkaar of dit onze eerste camino was; later snapten we waarom. Zij zijn beiden in 2015 vanuit Maastricht naar Santiago gelopen en ervaren hetzelfde als ik: als je zegt dat je vanaf huis gelopen hebt, kijken mensen je raar aan. Het klinkt ook wat opschepperig en dat wil je ook niet, dus wij vragen het niet zoals de anderen en antwoorden wat ontwijkend.
We lopen wel vandaag, ook al is het nog zo heet, en zien bussen en taxi’s met pelgrims voorbijkomen; we zijn natuurlijk een beetje gek. Bushokjes zijn wel ideaal, heerlijke schaduwplaatsen, net als een stukje bos. Ik knap op, moet lachen om de sirene op de eerste maandag net als thuis, de ERA-makelaar, Stapels voor kantoorartiekelen en overal Heineken.
Barcelinhos haal ik. Vraag niet hoe, maar ik ben trots dat het gelukt is. Het bijzondere is namelijk dat het juist veel jongeren zijn, die de bus of iets dergelijks nemen. Zij plannen dit allemaal in 10 tot 21 dagen te kunnen en moeten dan meer dan 30 kilometer per dag lopen. Gelukkig is de hitte moordend voor iedereen en morgen wordt het nog warmer.
6 september 2016 – Bloedheet
Etappe Camino Portuguès van Barcelinhos naar Portela de Tamel
Ha ha, ik raak de tel kwijt maar denk dat het nu dinsdag is.
Gisteravond vroeg Erica mij haar wakker te maken als ik wakker was, gezien de hitte wil iedereen vroeg vertrekken. Ik word dus om half acht pas wakker en bijna iedereen is dan al weg. Ik voel mij heerlijk uitgerust en dat is ook wat waard. Deze sufferd had niet aan Erica gevraagd om mij eventueel wakker te maken.
Vanuit Barcelinhos loop je via een mooie brug zo Barcelos binnen. De stad slaapt nog en ik geniet. Barcelos heeft ook een haanlegende, maar deze haan ziet er wel frivoler uit dan in Santa Domingo de la Calzada (Spanje). Ik voel mij helemaal opperbest als ik vlak voor het uitlopen van de stad een bakkerijtje zie voor mijn ontbijtje en een haan kraait. Zonder te verdwalen een stad uit is voor mij een wonder; hulde aan de vele pijlen.
Bij Ribeira houd ik halt. Het is dan al veertig graden en rond half elf. Tegenover het café is de kapel van St. Sebastian. Ik heb thuis hele mooie miniatuurschilderingen van Sao Sebastiao, gemaakt door een goede vriend. Zijn partner heeft ernstige hartklachten en dan kom ik plots bij een kapel waarvan de heilige zoveel voor ons betekent. Ik zou geen betere plek weten voor een gebed. Op de camino heeft iedereen het altijd over loslaten, het gaat dan altijd over dingen, zaken. Maar mensen loslaten, dat is het moeilijkst, ook al weet je, iemand is oud, ziek, wil niet verder. Verstand en hart zijn twee verschillende dingen.
Inmiddels wordt de hitte ondraaglijk, zelfs het bos geeft geen verkoeling. Ik heb onderweg steeds getwijfeld, maar als ik bij de herberg kom van Portela de Tamel, zie ik een paar bekende gezichten. Ik zeg: ‘Ik geef het op’. ‘Nee’, wordt er gezegd,’ je bent verstandig!’
Er is een piepklein kerkje naast de herberg. De klokken worden nog met de hand geluid. In de herberg is de sfeer grappig: om 10.00 al de eerste pelgrims. Dit waren ze niet gewend. Rond het middaguur al halfvol. Niet omdat iedereen bang is geen plek te hebben, maar jong en oud geven het op en daardoor een hele middag van gesprekken, kennismakingen, kaarten, iedereen praat met iedereen. Dit is de camino.
7 september 2016 – Mais, wijn en bergen
Etappe Camino Portuguès van Portela de Tamel naar Ponte de Lima
Geen watts app mogelijk vandaag, maar gelukkig wel e-mail; ik ben in Ponte de Lima!
In de schemering om 7.30 u vertrokken. Het was heerlijk koel en na de halve rustdag was ik zo fris als een hoentje. Er waren al heel veel mensen weg, sommigen met een lampje op hun hoofd. Niets voor mij, ik loop zeker verkeerd in het donker – wel leuk, word ik een dwaallichtje.
Iets later komen er twee mensen voor mij lopen, in precies dezelfde pas. Automatisch ga ik meedoen. Hup, allemaal in ganzenpas. In Deventer is vaak zo’n muzikant met allemaal ganzen achter hem aan. Ik schiet in de lach en verander mijn ritme. Dit eigenwijze gansje gaat liever haar eigen gang.
In het eerste café zie ik in de krant dat gisteren alle weerrecords in Portugal zijn verbroken: de heetste dag, de heetste nacht, de hoogste vochtigheidsgraad etc. etc. Wat ben ik blij dat ik tijdig gestopt ben, want vandaag gaat het super. Ik loop door bossen, omhoog en omlaag langs druiven velden, soms ook eronderdoor. Het is heel apart, allemaal maïs met wijn eromheen, oftewel de maïs voor het gewin en de wijn voor de zin. Ik kan mij niet bedwingen en pluk een enkel druifje, mmmmmmm. Ik zie ook struiken met besjes, heel verleidelijk; ik ken ze niet ,dus maar niet eten.
Tot mijn verbazing heb ik vandaag allemaal bergen om mij heen. Dit had ik landschappelijk niet verwacht en geniet. De bergen geven mij energie en ik besluit door te lopen tot Ponte de Lima.
In een ander café klets ik weer veel te lang met de barman. Hij denkt dat Holland bij Duitsland hoort. Ik zeg Portugal is toch ook geen Spanje. Oei oei, ik raakte zijn trots en hart. Maar we kwamen er samen lachend uit. Beide kleine landjes met een grote buur. Inmiddels had ik dus wel een geschiedenis lesje gekregen. Ik vind dat leuk als iemand zoveel weet van zijn eigen geschiedenis.
Maar ja, dat werd mij bijna wel fataal. In Ponte de Lima was feest en ik had het allerlaatste bed – dank je Jacobus! Voor het eerst stond ik in de rij voor mijn bed. Voor mij mensen die ik onderweg in de taxi had gezien, na mij mensen die net als ik de hele dag hadden gelopen. Met dit systeem gaan de bedden dus naar de taximensen. Ik zei tegen de mevrouw van de organisatie dat ik dit dus niet eerlijk vond. Zo maak je geen vrienden, maar een aantal jongelui stonden toen wel hun bedden af voor de anderen achter mij. Met matjes zochten zij her en der een oplossing. Ik blijf bij mijn stelling: de camino gaat niet ten onder aan zijn succes, maar aan de mentaliteit van mensen; gelukkig zijn er ook altijd nog anderen.
8 september 2016 – Snoepje van de week?
Etappe Camino Portuguès van Ponte de Lima naar Rubiães
Ik was gisteren zo blij met het laatste bed. Overal werden mensen neergelegd. Het was feest in Ponte de Lima dus alle reguliere hotels zaten vol. Door het warme weer van gisteren was er een stuwmeer ontstaan van pelgrims die eerder gestopt waren en als een vloedgolf werd Ponte de Lima nu overstroomd. Ik was moe want had dus circa vijfentwintig kilometer gelopen. Mijn Canadese buurman bleef het bed boven mij beklimmen, zijn vrouw ratelen. Ik denk dat ze het een beetje flauw vonden dat ik niet wou ruilen zodat zij naast elkaar konden liggen. Ze hadden mij toch al afgedaan als een vreemd geval na mijn woordje over taximensen.
Om vijf uur schrik ik wakker. Jawel, met koplamp op weer naar beneden. Zijn vrouw had alles uitgepakt en overal lag iets. Ze konden toch te weinig zien en, hopla, kwart over vijf daar ging het grote licht aan. Ik wilde niet weer mopperen dus hield mij in. Maar ik denk dat Jacobus mijn favoriete heilige is omdat hij bekend stond om zijn uitbarstingen en het lucht in ieder geval op. Dus grijp ik toch in en zeg ze de lamp uit te doen, omdat er ook in de aangrenzende grote zaal nog mensen slapen. Nu volgt het theater van de lach: lamp uit, lamp aan, etc. Om half zeven geef ik het op en pak mijn spullen; zij zijn dan nog niet klaar! Dus ondanks mijn voornemen toch bijna wel een dwaallichtje.
Bij het cafeetje voor het ontbijt zijn nog veel meer mensen die allemaal al heel vroeg op waren. Ik begrijp hier echt niets van. Maar het wordt lichter, de zon schijnt dus vrolijk op pad. Het wordt klimmen vandaag naar 400 m, en weer dalen, warmer dan gisteren en ik wil proberen Rubiães te bereiken, een kleine achttien kilometer verder.
Ik loop weer onder de wijnranken door en zie mijn eigen schaduw op de muur. Op de weg krijg je altijd lange benen, op de muur juist hele korte. Ook vandaag weer veel straatnaambordjes genoemd naar de camino en zoveel aanwijzingen, niemand kan verdwalen. Bij het kapelletje gewijd aan Sint Roch zie ik iets opmerkelijks. Als een offergave ligt daar een zakje snoep. Wie offert er nu een zakje snoep. Mijn fantasie slaat gelijk op hol.
Voor mij loopt een oude herder met een paar schapen en een koe. Deze koe heeft grote horens, de weg is smal dus blijf ik er maar een beetje achter. Dat vindt de man leuk en een grote tandeloze grijns is mijn dank. Even later komt hij naast mij lopen en vraagt waar ik vandaan kom. Als ik Holland zeg, begint hij nog meer te grijnzen en voordat ik het weet krijg ik twee dikke zoenen op beide wangen – smak smak. Hij maakt plaats en ik kan verder. Ik hoop dat ik niet zijn snoepje van de week en zijn gebed was.
Over steile steenpaden loop ik nu naar boven. Er staan diverse kruizen en mooie vergezichten en boven een luie leren ligstoel. Dankbaar vlei ik mij daarin neer. Het is warm, maar ik ben o zo blij dat het niet regent. Over natte keien naar beneden glibberen… dan maar liever deze hitte ook al branden je voeten na zo’n dag weg. Ik schiet in de lach als ik ineens aan mijn nachtelijke oplossing daarvoor moet denken. Mijn voeten hadden zo gebrand en koud afspoelen was niet mogelijk geweest. Crème had niet geholpen en ineens had ik mijn kletsnatte, dus koude sokken zien hangen. Ik die aangetrokken, heerlijk binnen twintig minuten had ik nergens meer last van en ik wist nu ook dat mijn kousen droog zouden zijn.
Tot mijn verbazing was ik even na tweeën al in Rubiães. Prima op tijd voor een bed, maar de matrassen stonden al klaar. Gelukkig was ik de golf voor.
9 september 2016 – Disco en ochtendconcert
Etappe Camino Portuguès van Rubiães naar Valença
Alles was al heel vroeg heel rustig in de slaapzaal dus dacht ik: Dat zit wel goed…. 5.00 uur… allerlei alarmen, ringtonen, belgeluidjes. Een ware kakafonie. Gelijktijdig flitsten ook de hoofdlampjes aan, zaklampen en telefoonlampjes. Ik had goed geslapen, dus zonder irritatie kon ik dit spektakel aanschouwen. Mijn bovenbuurvrouw en daarnaast duidelijk niet. Om 6.00 uur ging ook het grote licht aan met als argument ‘dan gaat het in Roncevalles ook aan’. Als dat de standaard is, moet dit wellicht eens onder de loep worden genomen, want het betekent gewoon dat niemand meer rekening houdt met de mensen die nog wel willen of liggen te slapen. Er branden ook rode lampjes en stokken klinken muzikaal tegen de metalen bedden als mensen zich voortbewegen. Het is een drukte als op een zaterdagmarkt en niemand vertrekt, het is nog te donker!!!! Wat jaloers kijk ik later naar een jong stel wat nog heerlijk in een apart hoekje ligt te slapen; het laatst komen heeft voordelen.
Rond half acht kleurt de morgen rood en ben ik ook op pad. Mooie bospaden, heerlijk onder de druiven door, nevel die zich oplost, koeien met bellen en mooie horens. Maar in ieder sprookje iets kwaads en dat zijn die o zo romantische kinderkopjes. Romantiek ook bij een boom. Ik zie in de vergroeiende takken een natuurlijk bankje, een Canadese een raam, de volgende passerende pelgrim, een man, ziet niets anders dan een boom. Wij vrouwen lachen; romantiek zal niet zijn sterkste punt zijn.
En zo loop ik genietend in de middag Valença binnen. Ik zie de brug die mij morgen in Spanje brengt. Ik ben in een week over de helft. Tijd voor een feestje. Morgen geen disco en alarmconcert, ik boek een hotelkamer. Na een douche met normale handdoeken en even rusten in een bed met normale lakens, ga ik als een toerist heerlijk de stad in en morgen uitslapen.
10 september 2016 – In Spanje en onder de 100
Etappe Camino Portuguès van Valença naar Porriño
Om 7.00 uur word ik helemaal uitgerust wakker en om acht uur geniet ik van een super ontbijtbuffet. Gisteren al foto’s gemaakt van de vestingmuur dus ik zou snel Valença kunnen uitlopen. Niets daarvan. Nu pas kreeg ik een goed idee van de ringen waaruit de vesting is opgebouwd, steeds weer een muur met een poortje. In de poorten schietgaten of iets dergelijks. In gedachten zag ik dat ze boven mijn hoofd de potten kokend vet naar beneden gooiden en de pijlen uit de schietgaten doorboorden mij.
Gauw naar veiliger oorden, de brug naar Spanje. Een metalen voetpad naast de brug, brrrr. Hier griezel ik echt van want als het instort, afbreekt. Heb ik kans met mijn rugzak om, welke banden moeten eerst af, boven of onder. Tijd genoeg om alle schrikbeelden boven te halen, maar natuurlijk veilig naar de overkant: SPANJE. Het welkomsbord ziet er niet uit maar ik ben er wel!
Een hele klim naar de kathedraal, maar die wil ik bezoeken. Van de man krijg ik een gereduceerde entreekaart en dan geniet ik, het geld dubbel en dwars waard. Je mag niet fotograferen, maar bij een altaar met kaarsen doe ik het toch maar even, hoe bijzonder.
Ook later in het centrum geniet ik nog van de Franciscus kerk.
En dan slaat de twijfel toe. Ik ben vol van het bezoek aan de kathedraal en heb eigenlijk geen zin om in de stad langer rond te hangen. Op een terrasje krijg ik een gratis tosti bij mijn cola. Goed gevoed, uitgeslapen, zeker al zes tot zeven kilometer gelopen, de kilometers in de stad meegerekend, één uur kwijt door het tijdverschil, besluit ik toch op pad te gaan richting 0 Porriño. Ik zie wel waar het schip strandt.
Al heel snel dus. Bij een wasplaats word ik gewaarschuwd door een Spanjaard het water niet te drinken en ja hoor, daar ga ik weer. De man heeft in Duitsland gewerkt. Zijn dochter is daar met een Duitser getrouwd en hij is teruggekeerd naar Spanje. Zoals zoveel gastarbeiders verscheurd tussen twee landen.
Ik ga opnieuw op pad, langs een weg met voor Spanje eigenlijk weinig verkeer en door een mooi bosgebied met knappende eucalyptusbomen. Sommige vellen zijn wel meters lang. Overal weer voor mij doodenge bruggetjes. Ik kom niemand tegen. Mijn golf van bekenden heeft niet zo lang in Valença of Tui rondgedwaald als ik en ik ben nog niet ingehaald door de volgende golf. Wel de schitterende cafeetjes, zaterdagmiddag. Vol met mannen met maar één aandacht: voetbaal op de tv. Niets is zo internationaal hetzelfde als naar voetbal kijkende mannen. Overal krijg ik lekkere hapjes bij mijn drinken en de rimpelige appel, die ik ’s morgens bij het ontbijtbuffet had meegenomen, doneer ik aan de natuur.
Dan de keuze, de originele route gaat over het industrieterrein, maar is ruim twee kilometer korter dan de alternatieve verder door het bos. Zeven of ruim negen kilometer. Gezien de al vele kilometers van vandaag kies ik voor de korte. Erger dan Burgos kan het niet zijn. Helemaal mis. Vele malen erger: stoepje op en af, nergens een bankje en verlaten gebouwen en huizen. Ik weet niet of het aan het verleggen van de route ligt, maar alle cafeetjes staan te koop. Bij een keramiekfabriek kun je de tegels op de stoep uitzoeken. Maar dan een wonder. Ik dacht dat ik de kapel van San Sebastiao zou missen maar vlak ervoor komen de routes weer samen. Tweede wonder: hij is open. En derde wonder je kunt er echte kaarsjes branden, voor Gérard, de partner van mijn goede vriend Tom.
Vlak daarna hoor ik mijn naam roepen, vanuit het restaurant. Daar zit grotendeels mijn golf medepelgrims, verheugd dat ik er weer ben. Jacobus, en tijdens deze camino mijn tweede favoriete heilige, Sebastiao, zorgen goed voor dit pelgrimmetje. Ik krijg bij hun in de herberg alweer het laatste bed en de gezamenlijke maaltijd is met veel hilariteit. Vandaag het beste van alles.
11 september 2016 – Zondag en geen mis
Etappe Camino Portuguès van Porriño naar Redondela
Oei oei, ik schiet om vijf over acht wakker. Mijn twee kamergenoten slapen dan nog. Van de zeven bedden hadden we er maar drie in gebruik en allemaal langslapers dus. In een cafeetje eerst met een ontbijtje echt wakker worden en goedgemutst op pad. Het doel is Redondela, een kleine zestien kilometer, maar wel met klimmen en dalen. Het is zondag en binnen twee uur ben ik in Mos. Ik heb geluk, de mis is net begonnen en in het kleine kerkje krijg ik dan ook het zondagsgevoel. Voor een processie worden er twee draagbaren klaargezet. Het maakt mij erg nieuwsgierig maar helaas, ze worden in een busje geladen.
Wat verderop loopt een man niet zijn hond maar zijn varken uit te laten. Hier en daar maakt hij een praatje en dan blijft ook het varken rustig staan. Als ik dan ook nog gepasseerd wordt door twee pelgrims te paard, denk ik toch even in de verkeerde eeuw te zijn beland. Van een feestterrein klinken schoten en weemoedige Spaanse muziek.
Het eerste minpuntje is een kleine Jacobuskapel onderweg. Natuurlijk gesloten, je kan zelfs niet naar binnen spieken. Liep ik gisteren steeds alleen, nu steeds busgroepjes. Mensen die afgezet worden en een stukje verder weer opgepikt. Allemaal dezelfde dagrugzakjes, vlaggetjes en hetzelfde tempo. Het lijkt wel een hordeloop. Ik ben blij af en toe door wat bos te lopen want de zon brandt al weer behoorlijk.
Behalve de steile afdeling is de route wat saai vandaag en als ik Redondela binnenloop en een bekende zie, ga ik eerst maar eens op een terrasje zitten. Ik daag het lot dus uit want dan blijkt de aubergue al vol te zitten. Gelukkig, erachter is nog precies één bed vrij. Ik dank Jacobus voor dat gelukje.
Met Kurt, een Canadese priester die samen met zijn dochter loopt, ga ik op zoek naar de kerk hier. Daar zijn ook zes Portugese jongeren; zij zoeken de priester. Zij willen op zondag naar de mis. Ze bellen overal aan, vragen iedereen, kloppen op ramen en deuren. Was het eerst grappig, het wordt nu gewoon ontroerend. Maar nee hoor, de priester deed zijn middagslaapje en op zondag, juist op zondag, is er alleen maar ’s morgens een mis. Een afbeelding van Jacobus op het dak kan ze niet genoeg voldoening geven. Intussen hebben ze begrepen dat Kurt ook een priester is. Kan hij dan geen mis doen op het kerkplein? Zonder toestemming kan dat dus niet. Deze jongeren, hele gewone jongeren, hebben zich in het hoofd gezet: we zijn op de camino, het is zondag, we willen een mis. Kurt en ik zijn door de dichte kerk niet teleurgesteld. Wij zien de toekomst door deze ontmoeting hoopvol tegemoet. Zij blijven bonken op het raam van de slapende priester.
Lachend ga ik naar mijn was, zondag of niet, morgen wil ik weer schone kleren.
12 september 2016 – Twee records
Etappe Camino Portuguès van Redondela naar Pontevedra
Ergens ver weg hoor ik mensen mopperen. Mijn telefoon ligt in de doucheruimte om op te laden dus geen flauw benul van tijd. Ik zie bewegende lampjes en mensen. Maar mijn bedje staat in een hoekje dus hupsakee, oogjes en oortjes nog even dicht. Helpt natuurlijk niet echt en ik klim mijn bedje dus ook maar uit. Het is half zeven en iedereen op twee na zijn weg. We kijken elkaar aan en schieten in de lach, wij zijn steeds de laatsten. Dan het grote licht maar aan en ook op weg, weer een record.
Buiten is het nog zo donker dat het zoeken is naar de pijltjes. Ik zie even later dat er een aantal pelgrims achter mij aan loopt. Die hebben meer vertrouwen in mij dan ikzelf. Zo scharrelen we in het donker de stad uit en, erger, zonder ontbijt, niets is nog open. Pas om half tien het eerste cafeetje. Mijn tweede record: nog nooit zo vroeg op weg én nog nooit zo laat ontbeten.
Het grappige is wel dat om mij heen nu allerlei pelgrims zijn van mijn eigen golfje. Ik loop nu ook steeds met iemand of meerderen op. Onder anderen Guiseppe. Ook hij zat gisteren bij ons aan tafel. Italiaan maar getrouwd geweest met een Nederlandse. Hij spreekt vol liefde over haar, waarom gescheiden? Hij geeft toe dat hij vreemd was gegaan; ik doe net of ik hem een blauwe oog sla. Hij knikt, zo was het; Italiaanse vrouwen geven je een aai over je bol, Hollandse vrouwen een knock out. Vol trots laat hij foto’s zien van zijn kleinkinderen. Wij moeten allemaal lachen. We zijn al dagen met meerdere grootouders, maar juist hij komt als eerste met foto’s van zijn kleinkinderen. Juist vanmiddag had ik een foto gekregen van Joep die naast zijn bed slaapt. Iedereen is het erover eens: pelgrim in de dop, niet erg als er geen plek, dus bed, meer is.
Het is vandaag weer een behoorlijke klim, meer dan vierhonderd meter. Praten en klimmen tegelijk vind ik moeilijk en ik mis eigenlijk het alleen lopen achter iedereen in plaats van tussenin en zelfs voor. Bij een totaal grappige bar, met een heerlijke tomatensalade, regelt de man voor mij mijn slaapplaats in Pontevedra. De herberg is voor mij te ver weg van het centrum; ik wil in het centrum zijn. Als ik binnen twee uur er ben, is de laatste kamer daar voor mij, ja echt een kamer! Dus de keus – ook nu weer natuur en stukje om of langs de weg – is deze keer gauw gemaakt, wederom de weg. Voordeel: ik loop alleen.
Ik kom terecht in een lief klein pensionnetje met geborduurde lakens, bloemetjesbadkamer en in het centrum, aan de route. In het standje bekijk ik van alles. Bijzonder is de Peregrina kapel, gewijd aan Maria als beschermheilige voor de pelgrims. De omtrek van de kapel is de vorm van de Jacobus schelp. Van de anderen hoor ik dat de basiliek dicht is. Na het eten besluit ik er toch nog even langs te gaan. Geluk! Er is net een speciale mis geweest en gauw glip ik nog naar binnen, wat mooi. Buiten valt de schemering in, wat het gebouw een extra dimensie geeft. Ik kan het dan niet laten en loop nog even langs ook andere speciale plekken. De winkels zijn nog open en oeps, het wordt nu toch wel heel laat in deze vreemde stad.
Met mijn paar geleerde woordjes Spaans kom ik toch weer netjes in mijn pensionnetje terecht. Net binnen begint het ontzettend te regenen.
Mijn dag kan niet meer stuk en morgen is de route een stukje korter voor mij.
13 september 2016 – Het kaarsje vandaag is voor Julia
Etappe Camino Portuguès van Pontevedra naar Briallos
Gisteravond toen ik net binnen was, barstte de regen los en vervolgens bleef het de hele nacht regenen.
Om 8 uur werd ik nagezwaaid door de eigenaar in badjas en op sloffen.
Het werd licht en droog en de gelijknamige kerk tegenover het pensionnetje Santé Clara was nu wel open. Weer een schitterend barokaltaar, maar ook echte kaarsjes. Vandaag is mijn kaarsje voor Julia. Julia is begin augustus geboren na een zwangerschap van zesentwintig weken. Ze knokt elke dag om in leven te blijven. Zij is de dochter van Vera. Vera zelf ken ik al heel lang. Zij heeft een moeizame jeugd gehad en is nu erg gelukkig. De bekroning van dit geluk was de zwangerschap en is natuurlijk Julia. Zij is nu één kilo en ademt bijna zelfstandig. Elke dag gaat Vera naar haar dochtertje in het ziekenhuis. Een moeizame weg voor dit gezinnetje. Een camino in de dop: hopen dat Julia het haalt en elke dag dichter bij het doel.
Vandaag heb ik mensen verteld over Julia omdat ze alle positieve energie kan gebruiken. We zijn met veel grootouders en dankbaar voor alle gezonde kleinkinderen. Julia die knokt is in ieder geval vandaag een van ons.
Vandaag de eerste regen en gevecht met de poncho. Hoe werkte dat ook al weer? En waar is het hoesje van mijn rugzak? In ieder geval niet bij mij. Tegen de tijd dat ik de poncho goed om had, was de regen al weer gestopt. Dit gebeurde nog twee keer. Dus maar gewoon doorlopen. De regen was ook lekker fris, de eucalyptusbomen geurden alsof je in een heerlijke sauna was en hun kleuren van rood tot groen schitterden je tegemoet.
De etappe gaf aan: tot Caldas de Reis vijfentwintig kilometer. Na dagen zag ik Erica weer. Ineens zij ging maar achttien kilometer lopen. Ik besloot bij haar te blijven en bijpratend liepen we verder tot in Briallos. Onderweg krijgen Erica en ik een lesje aardrijkskunde. Ik heb een groepje vrouwen uit Porto Rico al een paar keer ontmoet. Nu eens geen handen en voeten, nee, gewoon tekenen. Florida, Cuba, een heel werelddeel wordt uitgetekend en de regen plenst lekker verder. Het is nog steeds warm, wel 28 tot 30 graden.
Dan zijn we bij de herberg in Briallos, in the middle of nowhere. Een herberg zonder beheerder. Gewoon een open deur. Modern, schoon en van alle gemakken voorzien. En voor het eerst aparte mannen- en vrouwenslaapkamers. Ik ga even op bed liggen en val in slaap. Hoor stemmen en dan, oeps, ik rol uit bed, tot hilariteit van iedereen. Ik rol namelijk heel langzaam, zoals in een slapstick.
Vanuit de herberg kun je eten en boodschappen bestellen. Ik wil dit wel organiseren want ik vind het onzin als mensen dan ieder wissewasje moeten bezorgen. Een paar home made maaltijden en boodschappen. Ik ga bellen. Verwacht eigenlijk wel een Engels sprekend iemand te krijgen. Dus niet. En door de telefoon helpen handen en voeten ook niet. Met mijn paar geleerde woordjes Spaans probeer ik het dan maar en wederom ben ik het mikpunt of middelpunt van hilariteit. Ik gebruik namelijk wel mijn handen en voeten.
Totdat even later alles precies wordt bezorgd. Super salades. Wiener schnitzels, had echte steak besteld, bier, alles was er tot iedereens verbazing; mijn eerste thuisbezorgmaaltijd in Spanje. Lachend dekten we de tafel en met een welgemeend Proost werd er heerlijk gegeten.
Blijft voor mij de vraag: de vrouwenslaapkamer is nu vol. Als er nu nog vrouwen komen, mogen die dan wel bij de mannen? En dan komt de beheerder. Grappig, we staan allemaal op en gaan in de rij staan om in te checken. Waarom? We willen allemaal liggen! Morgen zijn we vrij om te vertrekken. Geen tijdslimiet. Zo kan het dus ook!
14 september 2016 – Vrouwen onder elkaar
Etappe Camino Portuguès van Briallos naar O Pino
Om circa half acht word ik langzaam wakker. Er wordt wat rustig heen en weer gescharreld. We hebben nu een leuke samenstelling, alles door elkaar maar met de overeenkomst dat niemand haast heeft. Er zijn geen koplampen en de zaal heeft geen grote lamp. Dit zorgt wel voor hilariteit. Buiten wordt het wel licht, maar door de nevel zie je nog niets. Ik krijg een foto binnen van wel heel zonnig weer in Nederland.
Het regent gelukkig niet echt, af en toe een sputter. Door een adembenemend groen landschap slingert mijn pad. Caldaz de Reis valt wat tegen, maar het landschap maakt het meer dan goed. Wel zie ik een heel leuk modern Jacobuspelgrimbeeldje. Tja, meenemen….. beetje moeilijk. Bij een klein dorpje is een soort kleuterschool. De kinderen vragen gelijk waar we vandaan komen en wijzen op de goede reis wensen in alle talen op de ramen. Ik laat ze de zonnige foto zien van kleinkind Sam. Ze klappen. Dit is praktisch onderwijs naar mijn hart, hopelijk wel met een landkaart in de klas.
Behalve de mensen die tegelijk zijn vertrokken, kom ik geen andere pelgrims tegen. Schapen, een hangbuikzwijntje en een paar dorpsvrouwen vormen vandaag mijn gezelschap. Als ik mijzelf met het hangbuikzwijntje vergelijk, schiet een Spaanse vrouw erg in de lach Ze wijst op een dikker persoon en gebaart dat het bij mij wel mee valt. We lachen allemaal; heerlijk, vrouwen onder elkaar.
Later bij een pauze, helaas geen bars onderweg vandaag, vertelt Erica dat zij vanochtend haar vest in het donker verkeerd had aangetrokken. Ik kijk, ja hoor, ook mijn blouse binnenste buiten. Wederom heerlijk vrouwen onder elkaar.
De vele typische Spaanse voorraadschuren, hele oude maar ook hele moderne, wisselen elkaar regelmatig af. Ik zie wel een hele bijzondere: in plaats van houten tussenstukken dakpannen. De kerken zijn allemaal gesloten vandaag. Wel hangt het klokkentouw bij een naast de deur. Ik doe net of ik de klok wil gaan luiden. Erica schrikt zich suf. Ik verklaar vervolgens dat ik dacht dat, als je de klok ging luiden, de deur open werd gedaan. Ze trekt mij gauw met haar mee voor het geval ik het echt in mijn hoofd zou halen. En ergens, diep in mij, weet ik: ooit? Zou ik het altijd kunnen weerstaan; het is zo uitnodigend, dat hangende touw en die grote klok.
Ik stop bij de herberg in O Pino. Genoeg voor vandaag. Padron is net te ver weg. Mijn eigen golfje is nu echt verder en er komen SMS-jes binnen met de vraag waar we zijn. Dit nieuwe groepje is ook prima. Bij aankomst bij de herberg hebben we van elkaar foto’s gemaakt bij de zittende pelgrim die zijn voeten inspecteert. Erica komt vragen of ik een nieuwe van haar wil maken. Door haar rugzak lijken haar borsten zo gek groot. Later bekijk ik die van mijzelf en schiet onbedaarlijk in de lach. De vrouwen kijken en lachen mee. Heerlijk, vrouwen onder elkaar, waar vandaan dan ook.
15 september 2016 – Jacobus met rare streken
Etappe Camino Portuguès van O Pino naar Faramello
Zoals verwacht, het ontspannen sfeertje van de avond ervoor zorgt ook voor geen stress in de donkere vroegte.
Buiten kleurt het licht als ik op weg ga. Ik wil via het klooster van Hebron bij Padron en daar misschien wel blijven slapen, ook al kom ik daar wel erg vroeg aan. Ik zal wel zien. Nou, dan moet ik beter zien, want ik mis de afslag en ben in Padron voor ik het weet.
Ik denk dat ik teveel de mooie plaatsjes van mijn vorige camino in mijn hoofd heb of het komt door het sombere weer, maar ik had meer verwacht van Padron. Wat weet ik ook niet precies. De Santiago-kerk is mooi, maar gewoon mooi. Buiten volg ik dan de gele pijlen weer, in de veronderstelling dat ik dan de andere bezienswaardigheden zie. Helemaal mis, vandaag ik ben Padron uit voor ik het weet. En dat is eigenlijk heel bijzonder omdat ik juist dan eigenlijk altijd verdwaal en van anderen hoor dat zij juist er niet uit konden komen. Jacobus haalt vandaag rare streken uit.
Maar dan kom ik bij de kerk van Ira Flavia en krijg ik mijn kerkmoment. Het zijn niet het gouden barokke altaar wat mij tegemoet schittert, de levensgrote engelen, de zij-altaren of de vrouw die mij mijn stempel geeft. In sommige kerken hangt een speciale stilte, sereniteit. Ik ga zitten. Dit is de kerk voor onze familie-oudste, tante Annie. Ik weet zeker, dit zou ook haar aanspreken. Natuurlijk zijn hier echte kaarsen en daar maak ik graag gebruik van.
Ik loop daarna op wieltjes. Nu ja, niet helemaal waar; ik heb last van mijn linkervoet. Deze heb ik opengehaald aan een steen van de week. Ik heb daar een blarenpleister opgeplakt. Helemaal fout, nu kon het vuil niet weg en het ziet er lelijk ontstoken uit.
Onderweg veel bloemen, schapen die mij het aankijken niet waard vinden -zelfs niet voor een foto – en mmmmm, heerlijke zoete druiven. Ik kan het vandaag niet laten, al die zoete blauwe druiven overal om mij heen, mijn hand plukt vanzelf.
Behalve het mooie bosgedeelte, met steeds weer de golvende doorkijkjes, lopen nu we ook wel weer langs een weg. Daar zit een steenhouwerij en kijk, daar kan je zomaar Jacobusbeelden kopen, van die hele grote. Ik zie het al helemaal voor mij, in de voortuin. Maar als ik veel geld had, dan wist ik het wel. De twee laatste herbergen waren schoon maar hadden absoluut geen sfeer. Nergens een Jacobus of posters of een prikbord voor mededelingen; nee, kale wanden zonder wat. Zo iets kan overal staan. Ik zou er gelijk twee bestellen, de grootste en die dan bij de herberg laten plaatsen. Daar is ook meer ruimte dan in mijn voortuintje. Je bent een herberg aan de camino, straal dat dan ook uit. Even later loop ik een cafeetje binnen en daar weten ze het wel. Er hangt een poster die levensecht is en op de ramen schelpen. Doordat ik het klooster gemist heb en Padron snel uit was, weet ik eigenlijk niet wat nu slim is. Zoveel mogelijk doorlopen, de laatste gemeentelijke herberg is circa veertien kilometer voor Santiago; ik kom dan morgen mooi bijtijds aan. Ik weet dat Erica ergens een privépension geboekt heeft, maar wat ik onderweg tegenkom lijkt mij allemaal niets. Ik loop door tot Faramello.
Hadden we drie dagen geleden geen beheerder, gisteren een mevrouw die de hele tijd borduurde – wel heel mooi – nu een jongeman met een koptelefoon. De vrouw keek heel verstoord als wij iets vroegen, raakte natuurlijk de tel kwijt; deze jongen hoorde liever zijn muziek dan ons stemgeluid. Maar ja, ik wilde toch graag eten en wilde graag weten wat het dichtste bij was. Dus hopla meneer, even die koptelefoon af en contact met deze aardbewoner. Zijn antwoord was een verrassend advies. Terug was dichterbij maar dan moest ik nu naar beneden en straks omhoog; veel lekkerder was het om na het eten naar beneden te kunnen lopen dus nu verder omhoog. Praktisch advies.
Toen ik jodium vroeg aan andere pelgrims, kreeg ik nog veel meer adviezen, allemaal uiteenlopend met één overeenkomst: het zag er niet goed uit. Ik koos voor heel veel jodium en gewone pleisters en de bar omhoog. Een echte galicische heksenbar, met de bekende spreuk ‘Ik geloof niet in heksen maar ze bestaan wel’. Achter de bar natuurlijk twee vrouwen. Ik kreeg heksensoep, mijn wijn in een soepkom en ze verklaarden mij voor gek toen ik vroeg of ik daar later ook mijn thee in kon krijgen in plaats van in een klein kopje.
Kortom, een geslaagde avond na een vermoeiende dag.
16 september 2016 – Behekst? Maar ik ben er weer!
Etappe Camino Portuguès van Faramello naar Santiago de Compostella
Het is niet te geloven maar waar: de laatste nacht in een albergue en ik heb een bovenbed! De jongeman met zijn koptelefoon interesseerde het weinig wie waar ging liggen, dus nu veel jonge mensen beneden in het stapelbed en de oudjes bovenop. Een beetje hospitaleros bewaart vaak de onderbedden voor het laatst. Maar ik kan er de humor nog wel van inzien.
Als ik ’s avonds in mijn bedje kruip, is mijn voet wat minder en helemaal ’s nachts als ik echt wakker word van de kloppende pijn. Mijn aspirientjes liggen beneden in mijn rugzak. Ik doe zo stil mogelijk voor mijn buurman. Helaas hij denkt daar om kwart voor vijf echt anders over. Hup, koplampen aan, rammelende dingen aan zijn rugzak en mopperende anderen. We hoeven echt nog maar een klein stukje te lopen, ik ben gewoon nieuwsgierig: gaat vanmiddag zijn vliegtuig al?
Mensen vragen naar mijn voet en ik krijg nog meer jodium en pleisters aangeboden. Als een van de laatsten vertrek ik en bij het licht van de lampen zoek ik mijn weg. Niet snel, steeds als ik mijn voet neerzet een stekende scheut. Ik foeter nu echt op Jacobus. Oké, het is mijn eigen schuld, had ik het direct maar beter moeten ontsmetten, maar ik zal toch verdorie weer niet met pijn aankomen net als twee jaar geleden? Veertien dagen lang niets en dan nu dit.
Bij een tussenstop word ik ingehaald door Erika. We blijven tot op het laatst haasje over spelen. Onze hilariteit neemt toe als we er achter komen dat zij in de andere bar heeft gegeten; we zaten nog geen kilometer van elkaar. Komen we dan langs een vogelverschrikker met grote borsten, krijgen we allebei de slappe lach. Nooit iets afgesproken en elkaar dan steeds treffen op de goede momenten. Want het regent nu steeds weer en hulp bij poncho’s uit en aan is makkelijk.
We zien in de nevels Santiago liggen. Beiden hebben we begrepen dat het van deze kant mooier is als je Santiago binnenkomt. Beiden zijn we het daar niet mee eens. De Maria Magdalenakapel is nog een mooie verrassing, maar dan rijen oude flatgebouwen, ziekenhuiscomplex, kantoren, minimaal nog pijlen en vooral nergens een bord Santiago. Andere Pelgrims lopen ook wat verloren. Zijn we nu wel of niet in Santiago? Mensen wijzen dat we gewoon rechtdoor moeten lopen en dat doen we dan maar. Ineens worden de straatjes smaller en daar zijn bekende stemmen. Jullie zijn er! Ik breng nog uit: Nee, eerst naar de kathedraal. Marjan grijpt mij bij de arm en zegt kom maar mee. De wereld draait, daar is de kathedraal. Ik ben er en als offer ledig ik mijn maaginhoud in de put… En nu van alle kanten water/drinkflessen, tissues, maar ik voel mij opgeknapt. Theorie 1: misselijk door de ontsteking. Theorie 2: ik heb ergens wat koffie binnengekregen en daar ben ik heel allergisch voor. Theorie 3: behekst. Nu gaan mijn stokken omhoog, het maakt allemaal niets uit, ik ben er!
Ik beloof iedereen terug te komen, maar ga nu eerst een goede apotheek en mijn hostel zoeken. Bij de apotheek inspecteren ze mijn voet. Ik krijg van alles en na overleg met een arts antibiotica en rust. Bij mijn hostel mag ik eerder naar binnen. Ik zet de wekker en val in een droomloze slaap. Ik schrik wakker van de wekker, een beetje verdwaasd om mij heen kijkend. Dan snel fris douchen, schone kleren aan en als herboren terug naar de kathedraal. Marjan en Guus, het hart van de groep, hebben wijn en pinda’s en we vieren met zijn allen, voordat we naar de mis gaan, onze aankomst in Santiago.
Ruim een uur voor de mis en de kerk zit tjokvol. Op vrijdagavond is het zeker dat het wierookvat door de kerk zwaait. Hoe anders is het nu dan twee jaar geleden. Geen rugzakken meer in de kerk, geen stokken. Ik snap het waarom wel, maar juist al die bepakte pelgrims maakte het een pelgrimsmis; nu zijn we allemaal “normale” mensen. De vele veiligheidsmensen geven ook een ander gevoel. Tjokvol betekent alle banken al ruim van te voren bezet, maar ze laten nu maar een maximum aan bezoekers toe.
Ik ga maar direct op de grond zitten; twee uur staan lijkt mij iets teveel van het goede. Zoveel bekende gezichten. Het is opmerkelijk dat ik in zo’n kort tijdbestek – en ik heb heel veel alleen gelopen – toch zoveel mensen heb leren kennen. De spanning stijgt. Het wierookvat gaat omhoog en samen met het gezang en de geur van wierook blijft het indrukwekkend. Nu voel ik mij echt aangekomen.
Gezamenlijk gaan we na afloop eten en dat is dan gelijk de laatste keer compleet. Femia vliegt als eerste direct terug. Mijn plan is anders dan voorzien: ik wilde naar Finistère lopen, maar dat is nu niet erg verstandig. Eerder terugvliegen is verhoudingsgewijs erg duur. Ik boek vooraf nooit meer mijn terugreis. Het is ook wel ironie ten top: zorgt bij heel veel mensen onderweg de geboekte terugreis voor stress omdat ze bang zijn het anders niet te redden, ik heb nu tijd over. Ik ga Santiago ontdekken.
17 september 2016 – Ultreia
Santiago de Compostella
Ik wil bijtijds naar het pelgrimsbureau voor mijn Compostella. Gisteren hoorde ik al van wachttijden van meer dan twee uur. Als ik er om ongeveer half tien aankom, lijkt het wel een ganzenbord opstelling, maar dan in een doolhof. Je komt door de rij naar binnen, vervolgens weer naar buiten. Door de trap naar beneden, weer de trap op, dan weer naar binnen, linksaf; dan sta je dus, maar nu in een rij dwars op de ingang en dan kun je het pelgrimsbureau binnen. Nog te volgen?
Wat ik helemaal niet kan volgen, is dat het koffie-apparaat aan het eind van de rij staat! Maar ik vind dit wachten wel leuk. Bekende gezichten, maar ook nieuwe waar ik een praatje mee maak. Allemaal blije mensen, waar maak je dat in een lange rij mee? Daarna natuurlijk een kopje thee in de huiskamer van het Genootschap. Ik moet lachen als ik daar aankom. Guus en Marjan zijn mij al voor. Ik word hartelijk ontvangen en breng een genoeglijk uurtje in de zon door.
Terug naar het plein voor de kathedraal. Ik zit net als vele anderen op de grond en zie nieuwe pelgrims aankomen. Dan twee mannen. Ze omarmen elkaar. Rugzakken op de grond. Net als iedereen. Ineens loopt de een naar het midden en begint te zingen. Wat een stem. Zonder versterker schalt zijn stem over het plein. Pelgrimsliederen. Het wordt steeds stiller. Mensen gaan allemaal zitten. Neuriën mee. Ik kan niet thuisbrengen in welke taal, hoeft ook niet, muziek is universeel. Ja, dan eindelijk, voor het eerst tijdens deze camino, het ULTREIA. Deze man zingt niet voor ons, hij zingt vanuit zijn hart en daar komt het refrein, het golft als een wave over het plein, iedereen zingt het refrein ULTREIA. Hoe vaak kun je aankomen?
Als ik ’s avonds met Erica dan ook nog luister naar de Spaanse groep die altijd op het plein speelt, de harpspeelster later in de straten, is het dat alles bij elkaar wat mij in slaap wiegt. Ik zal mij niet vervelen.
18 september 2026 – Zondag met thee, zonder zoeffff
Santiago de Compostella
Ik besluit in het San Martin Pinario te eten, waar ik twee jaar geleden sliep. Het oude gebouw had ik in mijn hart gesloten, maar zeker nu, met dit wat langere verblijf, iets boven de begroting. Het ontbijtbuffet is de zes euro dubbel en dwars waard. Als ik er naar toe loop, word ik getroffen door de absolute stilte in de straten. De ontelbare souvenirwinkeltjes zijn nog niet open. De terrasjes allemaal nog leeg. Ik loop alleen; het voelt als onderweg zijn, maar dan zonder rugzak. De toren van de kathedraal schittert in de vroege morgen. Ik geniet volop van mijn uitgebreide ontbijt, maar vooral van het eerste ontbijt waarbij ik geen drang heb om op te staan en op weg te gaan. Onderweg drink ik zelden thee, duurt mij veel te lang voordat het koud is. Nu neem ik drie koppen met grote plakken cake. Ik besluit hier nog even lekker te blijven tot aan de middagmis.
Ik heb het plan om tijdig te gaan en door de heilige deur naar binnen te gaan. Wat een naïef idee. De rij voor de heilige deur is zo lang dat, als ik binnen ben, de mis waarschijnlijk is afgelopen. Ik wil nu graag zitten tijdens de mis, dus besluit om via een gewone ingang naar binnen te gaan. Mijn naïviteit kent vandaag, op zondag, geen grenzen: ruim een uur voor aanvang zijn alle zitplaatsen al bezet. Bij/op een pilaar achterin zitten twee Spaanse vrouwen. Ze schuiven iets op en ik kan erbij zitten. Het leuke is, als je op de voet van de pilaar gaat staan, je over iedereen heen kijkt.
Naast mij de beveiliging. Ik raak nu toch onder de indruk. Ze zijn echt zwaarbewapend met mitrailleurs en communiceren constant met elkaar via oortelefoontjes. Niemand mag er meer in en uit. Nu ja, niemand? Regelmatig komt er nog een oud Spaans vrouwtje of mannetje aanlopen; die duwen de afzetting gewoon even weg en lopen gewoon door. Het is een toneelstukje op zich. De bewaking geeft het dan ook maar op. Deze mensen horen hier thuis, komen waarschijnlijk hun hele leven al op zondag in de kerk; wie houdt hen tegen? Genoeglijk babbelend met mijn Spaanse buurvrouwen, inmiddels drie, en sabbelend op gekregen snoepjes, vliegt de tijd om en begint de mis. En ja hoor ik heb geluk; weer zwaait het grote wierook vat. Hoezo, groot? Dacht ik gisteravond al dat hij kleiner was dan ik mij herinnerde, dat is ook zo. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de restauratie van de kathedraal. Nog steeds indrukwekkend maar zeker de helft zo klein en daardoor geen zoefffff als hij over vliegt. Maar klein of niet, hij zwaait.
Nu Santiago bekijken. Ik slenter als een toerist door de straten, verwonder en bewonder de mooie gevelstenen en alle mooie ornamenten. Het is jammer dat alle souvenirwinkeltjes dit alles wat overschreeuwen. Wellicht dat ik als geboren Amsterdamse hier makkelijker door heen kijk, want Santiago is echt een mooie stad, het bekijken meer dan waard.
’s Avonds dan nog gezellig afsluiten met Kurt en zijn dochter Helen, de laatsten van mijn groepje. Morgen vertrekken ook zij. Ik ga deze camino eindigen zoals ik die begon: alleen. Alhoewel alleen? Santiago ís de camino. Waar elders staan mensen zo open voor elkaar?
Met een voet die zich prima heeft hersteld, loop ik ook in het donker genietend naar mijn onderkomen.
19 september 2016 – Toerist
Santiago de Compostella
In het hostel eerst de rugzakken aangepakt van twee mannen die naar de mis wilden. Ik hoorde de deurbel en wilde in eerste instantie niet opendoen. Immers de check-in is om 16.00 uur. Ineens bedacht ik hoe blij ik was toen ik ziek aankwam en er eerder in kon. Huppakee, deur wagen wijd open. Zij waren al net zo blij. Het is eigenlijk wel ironisch. Je kunt je rugzak tegen betaling op diverse plekken in de stad afgeven. Iedereen foetert daarop, maar thuis parkeren we onze auto allemaal betaald zonder zoveel gefoeter.
Deze mannen delen iets heel bijzonders. De een komt uit Duitsland, de ander uit Polen; hun kinderen zijn samen getrouwd en zij hebben de camino gedaan voor hun geluk. Waar de kinderen wonen? In Australië!
Zo nu eerst toch opzoek naar wat cadeautjes en spulletjes voor mijn miniatuur caminoproject. Eigenlijk wil ik ook twee ansichtkaartjes voor Joep en Sam, gewoon twee kinderkaarten. Vergeet het maar. Nergens! Ik kom wel bij een winkeltje waar de man een shirt aan heeft met een klein autootje, een lelijk eendje. Ik wijs erop en steek mijn duim omhoog. Een brede grijns en even later zit ik de foto’s te bekijken van zijn echte uit 1980. Als er echte klanten binnen komen lacht hij spijtig, zaken gaan voor.
De rij voor de heilige deur is niet groot, dus vind ik dit het goede moment. Ik ben even in de war: ik dacht dat de deur met het traliewerk de heilige deur was, maar deze bevindt zich erachter. Eigenlijk maar een kleine deur, wel mooi bewerkt. In mijn gedachten had ik iets kolossaals verwacht, maar integendeel en juist door de eenvoud raak ik geroerd. Ik dacht dat je door deze deur gewoon de kathedraal in liep. Je loopt echter gelijk naar het Jacobusborstbeeld op het altaar en vandaar naar de crypte en dan eruit.
Oei, was ik al klaar voor mijn ontmoeting met Jacobus? Oké, mijn voet is weer helemaal goed en ik geniet van Santiago en Finistere loopt niet weg. Het zal wel niet de bedoeling zijn geweest dat ik daarnaar toe liep. Hopelijk een keer met Wim, mijn man, of Marja, mijn vriendin. Dus knuffel ik Jacobus. We krijgen immers niet wat we willen, maar wat we nodig hebben.
Ik let natuurlijk weer helemaal niet op de etenstijd. Als ik honger krijg, zijn natuurlijk alle keukens weer dicht. Bij een klein restaurantje hebben ze medelijden en krijg ik een bord tapas: een complete maaltijd voor de prijs van een drankje. Ik zwerf, zie tussen alle souvenirwinkeltjes ook authentieke en, naast mooie olijfoliekannetjes, gewone holländische Brabantse bussen. Vergeet te fotograferen, koop zelfs niet, ben aan de zwerf.
’s Avonds rust bij een prima diner in het Pinario; mijn eerste dag als toerist was perfect.
20 september 2016 – Gisteren een luierdag, nu actie
Santiago de Compostella
Om 11.00 uur omhoog voor een Spaanse rondleiding over de daken van de kathedraal. Help, waarom wil ik dit? De wenteltrap valt nog wel mee en dan staan we boven op een schuin dak met aflopende treden/dakbekleding en giert de wind om mijn kop. Ik zie Jacobus nu niet vanaf het plein maar aan de achterkant en wel heel dichtbij. Gelijk maar een schietgebedje en gelukkig wat helpende handjes van een groep Engelse dames. Het uitzicht is natuurlijk prachtig. Ik kreeg van Herman de tip om een steentje van het dak mee te nemen. En ineens zie ik daar een steentje liggen, zwart. Hoe het daar gekomen is, weet ik niet, maar deze is voor mij. Ik scharrel over de daken en geniet met een angstig kloppend hart.
’s Middags met de eigenaar van mijn hostel naar de markt. Een overdekte versmarkt in een oud kazernecomplex. En wat voor vers! Ik kijk mijn ogen uit bij de vishal. Zoveel wat ik niet ken of herken. Bij de lange schelpen die wij altijd scheermessen noemen, zie ik voor het eerst dat er iets levends in zit. Dat komt er als een slak in en uit. Komt voorlopig niet op mijn bordje, brrrr. Doordat de eigenaar hier vaker komt, krijg ik van alles te proeven en vooral bij de kaashal. Hij vertelt iedereen dat ik uit Holland kom. Natuurlijk moet ik dan hun kaas proeven, die is toch veel beter dan onze Hollandse. Ik moet gelijk aan de man denken van mijn vriendin Mariëtte. Hij zou hier dagen kunnen zoet brengen. Als mijn begeleider weg moet, kinderen van school halen, besluit ik nog te blijven. Ik scharrel nog een bordje vislekkers bij elkaar en wil daar graag een glas wijn bij. Dus niet, alleen als ik een fles neem. Een fles voor mij alleen, iets teveel van het goede. Ik sta naast twee jonge Engelsen. Ze bieden mij een glas aan uit hun fles. Ik diep een stuk kaas op en snij voor iedereen kaas erbij. Zij zijn geen caminomensen maar erg geïnteresseerd en ik beantwoord al hun vragen. Ik zie het aan hun ogen, zij gaan ooit een keer ook. Dan stijgt onze hilariteit ten top. Ook zij zijn met dezelfde rondleiding over de daken vanochtend mee geweest. Herkennen doen we elkaar niet, waarom niet? Net zo bang als ik geweest!
Nu moet ik toch echt nog vandaag mijn busticket terug naar Porto gaan regelen. Ik besluit direct naar de luchthaven te gaan en niet de allerlaatste bus te nemen.
Daarna wil ik nog even naar de huiskamer van het St. Jacobusgenootschap. Het is inmiddels al over vijf, eigenlijk al te laat. Nee hoor, Marijke, de gastvrouw, is nog druk in gesprek met Netty, die net de Frances heeft gelopen. We besluiten ’s avonds samen te eten en Marijke en ik komen erachter dat we enkele goede wederzijdse vrienden hebben. We eten zelfs met vier Nederlandse vrouwen; zoveel heb ik er deze camino nog niet bij elkaar gezien. Netty wil nog doorlopen en ik geef haar mijn gids. Daarna luisteren we nog samen naar de Spaanse muziekgroep op het plein en is dit wel een hele dag vol geweest.
21 september 2016 – De laatste dag
Santiago de Compostella
Oké, nu echt mijn inkopen afronden en ondanks mijn goede voornemens geen museum bezocht.
’s Middags besluit ik dan toch impulsief nog een keer naar de mis te gaan. Hoera, een zitplaats op de vierde rij. Naast mij vier mensen die met gebarentaal communiceren. Normaal gebruik ik altijd handen en voeten om mij verstaanbaar te maken, maar nu begrijp ik hoe toch ook de woorden, hoe minimaal dan ook, essentieel zijn. Zij komen uit Oostenrijk en hopen heel erg dat het wierookvat vandaag zwaait. Ze zijn gisteren ook geweest, maar helaas. Ik gebaar dat de rijen voor ons gereserveerd zijn. Als een dergelijke grote groep reserveert, hebben zij waarschijnlijk betaald en is de kans erg groot. Ze durven het niet te geloven en ik? Dit zou bijna ongelooflijk zijn drie keer naar de mis en dan dit fenomeen drie keer zien.
De Non die tijdens de mis altijd weergaloos zingt, begint als vanouds met een soort zangles voor alle aanwezigen en vandaag klinkt het bijzonder goed. Het welkomstwoord is onder anderen vandaag zelfs in het Nederlands. En ja hoor, de touwen worden losgemaakt en mijn buren zijn zo ontzettend blij dat ik daardoor extra wordt ontroerd. Zoef, ook al is hij kleiner, het maakt niets uit.
Ik loop nu voor het eerst door de hele kathedraal. Ja helemaal, want ik besluit om het compleet te maken. Nog eens door de heilige deur te gaan en Jacobus hoog op het altaar nog eens te bezoeken. Waarom? Misschien omdat iedereen het één keer doet. Ik wil geen automatisme. Vrede heb ik al gesloten, dus deze keer gewoon privé.
’s Middags breng ik dan nog een bezoekje aan het pelgrimsmuseum. Wat een mooie beeldjes daar. Waarom dan al die kitscherige dingen in de talloze souvenirwinkeltjes? Op mijn pelgrimspas maar een euro twintig. Een pelgrimsreiskoffer uit de Middeleeuwen is zeker niet op de rug gedragen, au.
Ik eet nog wat, slenter nog wat langs alle muzikanten en dan wacht in de hostel de klus om alle aankopen in mijn rugzak te doen. Die hutkoffer was misschien toch niet zo’n slecht idee.
22 september 2016 – Camino in de lucht
Porto – Amsterdam – Deventer
Alles zit erin, stokken ingeklapt. Maar oei, wat is die rugzak nu zwaar en ik moet ongeveer een halfuur lopen naar het busstation. Als ik wil vertrekken, komt Lollie binnenstuiven, blij dat ik nog niet weg ben. Met haar Spaanse enthousiasme vliegt ze mij om de nek. Ze heeft een cadeautje voor mij meegebracht: een heksenpen met oogjes die gaan branden als je hem beweegt. We liggen in een deuk, maar wel met een traantje. In zo’n korte tijd zo’n vriendschap sluiten! En dat is gelijk het tafereel wat je in Santiago ziet: mensen die blij zijn om elkaar weer te zien en overal worden traantjes weggepinkt om het afscheid. Resoluut loop ik richting busstation en stop bij een taxiplaats. Zal ik? Oké, als er binnen de tien passerende auto’s een taxi zit? De derde is al raak. Ik stap in. Wat een lelijke route, blij dat ik die niet hoef te lopen, kosten vier euro vijftig, dubbel en dwars waard. Alleen ik had bedacht onderweg bij een bakker mijn ontbijtje te kopen. Nu ja, bij het busstation dan maar. Mooi niet: groot restaurant, cafetaria, alles dicht. Alleen chips en zo bij een kiosk. Ik heb nog een appel en twee perziken.
Bij de bus chaotische taferelen. We hebben allemaal kaartjes Porto – centrum, maar een groot deel wil naar de luchthaven, ook ik. Ik snap er niets van. Bij het kopen heb ik dit duidelijk aangegeven. Op zich maakt het niet uit qua prijs, maar de man wil alles volgens de regels en hij heeft een systeem voor de bagage en dat werkt nu niet. Ik stel voor om de man een weekje camino cadeau te doen. Iedereen begint te lachen en een jongen doet net of hij geld daarvoor wil inzamelen. De stemming is gelijk omgeslagen. Niemand moppert meer en we vertrekken ongeveer een uur later dan gepland. Ik ben nu zo blij niet de laatste bus te hebben genomen, want dan was ik met dit oponthoud de klos geweest.
Ik heb ondertussen nog wel een komisch gesprek gehad met een echtpaar. Zij hebben de laatste honderd kilometer vanaf Saria gelopen, met bagage transport. Oh, ik heb niet de echte camino gedaan? Ik leg uit dat er meerdere camino’s zijn. Mm, dat vinden ze toch raar. Ze maken nu de vergelijking met de vierdaagse. Die kan je overal lopen maar alleen die van Nijmegen is toch de echte! Heb ik die dan gelopen? Niet! En het Pieterpad dan? Ook niet! Ik ben helemaal niet echt. Het wordt mij iets te gortig en vertel dat ik in 2014 van huis uit naar Santiago ben gelopen. Oh, een kennis van hun had dat ook gedaan, tenminste in gedeelten, alleen de moeilijke gedeelten. Hij had door een rivier moeten waden met zijn bagage boven het hoofd. Had ik dat ook gedaan? Nee. Nu ja, zei de vrouw, zo moeilijk is het ook niet. Je kan rusten wanneer je wilt, de vierdaagse is dan toch een stuk moeilijker. Ik geef het op en stap in de bus.
Alle bekende plaatsjes komen op borden voorbij. Nu pas besef ik dat ik dat allemaal gelopen heb; wat een eind en dat in veertien dagen. We stoppen onderweg voor een sanitaire stop, maar ik ren het restaurant in, gris een broodje en drinken en dan toch ook maar de sanitaire stop. In de bus mis ik mijn mobieltje. Oh nee hè, toch niet laten liggen? Ik leg de chauffeur uit dat ik eruit wil om te zoeken. Hij lacht zowaar, ik vind niets. Terug in de bus belt een Française mijn nummer. Ja hoor, gewoon in mijn tas. Iedereen lacht. Gelukkig had ik wat goodwill gekweekt. En ja, Guus en Marjan, ik zie Marjan haar hoofd schudden als ze dit leest; gekke Chrissy.
Daar zit ik dan veel te vroeg op het vliegveld. Ik maak mijn wifi in orde en krijg een berichtje van Erica. We zitten nog geen vijf meter van elkaar af. Tot op het laatst haasje over. We wisten niet van elkaar wanneer we teruggingen. Nu vliegt de tijd om. Erica heeft altijd een thema bij haar camino’s. Ik vertel haar dat het voor mij de vorige keer duidelijk ging over dromen en deze waarmaken. Nu is het durf te leven. Zij is het daar mee eens. We hebben onderweg zoveel jongeren gezien met zoveel twijfels en angsten en we hebben ook de ommekeer gezien, sterker en stralend.
Ik wil in het vliegtuig een foto maken van Porto in het donker. Als ik terugkijk zie ik de weerspiegeling van de schelp. De camino is geen cirkel maar een weg die je loopt, ongeacht waar en hoelang, hij zet zich oneindig voort, zelfs in de lucht.
Allemaal bedankt voor het meelopen en buen camino. We komen elkaar vast weer tegen.